Aanvullende pensioenen en eenheidsstatuut: welke richting gaat het uit?

In het kader van een overgang naar het eenheidsstatuut van arbeiders en bedienden zijn de sociale partners tot een akkoord kunnen komen voor wat de opzegtermijn en de carensdag betreft. De problematiek van de aanvullende pensioenen blijft echter een struikelblok.

Als men vandaag de aanvullende pensioenenplannen zou moeten harmoniseren, door de arbeiders te integreren in de “bedienden-plannen” dan zou dat een potentiële kost voor de werkgevers betekenen van 500 miljoen euro. Het mag duidelijk zijn dat ondanks de dreiging van een sanctie voor discriminatie door de rechtbanken, een akkoord tussen de sociale partners zeer moeilijk zal te bereiken zijn. Zij beschikken over een 'ondankbare' tekst die werd neergelegd bij de Nationale Arbeidsraad, waar hij wordt besproken. Deze tekst werd tot op vandaag niet verspreid, maar de grote lijnen beginnen zich toch af te tekenen.

Het voorontwerp van wet zou erin voorzien om elk “verschil in behandeling te verbieden die berust op een onderscheid tussen arbeiders en bedienden, waaruit volgt dat vanuit het niveau van een bedrijfstak of een onderneming een persoon op het vlak van de aansluiting bij of de rechten op het vlak van aanvullend pensioen op een minder gunstige manier wordt behandeld dan dat voor een andere persoon het geval is in een vergelijkbare situatie"

Merk op dat men onder onderneming een "Technische eenheid van uitbating" zou verstaan. Er zouden dus verschillende plannen mogen bestaan tussen de verschillende juridische entiteiten. Deze formulering zou bovendien leiden tot een beperkende interpretatie die een vergelijking met één van de bestaande personen verplicht op het ogenblik van de waardebepaling en niet met de situatie van "potentiële" personen.

Het voorontwerp van wet zou de toepassing van artikel 45 van de wet op de RSZ uitsluiten (artikel 45) voor de aanvullende pensioenen en zou drie opeenvolgende fases introduceren:

1. vandaag zijn de verschillen toegelaten;

2. een periode van zeg maar 'standstill' van 10 jaar (bepaalde syndicaten zouden voor 5 jaar pleiten) gedurende dewelke:

Men geen nieuwe pensioenplannen meer zou mogen maken die een onderscheid maken tussen arbeiders en bedienden.

Men de bestaande plannen slechts zou mogen aanpassen in de zin van een harmonisering en dus dat elke aanpassing die in de richting zou gaan van een toename van de verschillen verboden zou zijn. Te noteren valt dat in dat kader de kost van de harmoniseringsmaatregelen niet in rekening zou worden gebracht voor de berekening van het respecteren van de loonnorm en dat men een mogelijkheid zou voorzien om af te wijken van het "dynamische beheer" via het arbeidsregelement of een CAO (meer informatie over het dynamisch beheer

3. Aan het eind van deze periode van standstill zou geen enkel verschil nog toegelaten zijn. Enkel nog individuele weigeringen van werknemers om deel te nemen aan het pensioenplan.

De harmonisering zou moeten gebeuren op sectorniveau  en bij gebrek daaraan op het niveau van de ondernemingen.

09.06.2017

Verzekeringsplicht voor architect én aannemer, dakdekker, plaatser van ramen en deuren… Read more

02.06.2017

Zelfstandigen kunnen verzekering gewaarborgd inkomen verlengen tot 65 jaar Read more

29.05.2017

Wat is de “zwarte lijst”? Read more

02.05.2017

Brandverzekering kan dekking tegen overlopen riolen uitsluiten in risicozones Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]