Gelijk aanvullend pensioen voor arbeiders en bedienden

Er zijn geen objectieve criteria die een verschil in behandeling tussen de beroepsstatuten arbeiders en bedienden nog langer kunnen rechtvaardigen. Zo redeneerde het Grondwettelijk Hof in zijn arrest van 7 juli 2011. Twee jaar later, op 8 juli 2013, was deze gelijkheid een feit, althans voor wat betreft de opzegtermijn en carenzdag die het voorwerp uitmaakten van het arrest. Op 10 februari bereikten de sociale partners een akkoord om dit verschil ook weg te werken voor wat betreft de aanvullende pensioenen.

Het Kabinet Pensioenen had in juni 2013 een voorontwerp van wet hierover voor advies aan de Nationale Arbeidsraad (NAR) voorgelegd. Over de meeste punten kwamen werknemers- en werkgeversdelegaties in januari 2014 tot een consensus.

De sociale partners kwamen overeen dat de gelijkschakeling voor aanvullende pensioenen tussen beide statuten tegen uiterlijk 1 januari 2025 een feit moet zijn. Voor alle dienstjaren vanaf die datum wordt een verschil in behandeling louter gebaseerd op het statuut arbeider of bediende als ongeoorloofd en discriminatoir beschouwd.

De volgende principes werden vastgelegd:

De tijdsvakken van arbeid gepresteerd vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet worden gevrijwaard. Een verschil in behandeling tussen arbeiders en bedienden tijdens deze periode is geoorloofd en kan niet aangevochten worden.

Er is ook geen sprake van discriminatie in de periode tussen de datum van inwerkingtreding van de wet en 1 januari 2025. Tijdens deze periode mogen echter geen wijzigingen aan bestaande pensioenplannen worden aangebracht waardoor het verschil tussen arbeiders en bedienden toeneemt. In dezelfde geest mogen nieuwe pensioenplannen geen onderscheid tussen arbeiders en bedienden voorzien tenzij dit bijdraagt tot het wegwerken van de bestaande verschillen.

Voor sectorplannen moet, tweejaarlijks na het sluiten van elk interprofessioneel akkoord, een vooruitgangsrapport opgesteld worden dat de NAR in het daaropvolgende halfjaar zal evalueren. Wanneer geen sectorale cao gesloten is tegen 1 januari 2023 die de bestaande verschillen arbeiders-bedienden in deze sectorplannen wegwerkt, kan de Koning, na advies van de NAR en de Ministerraad, een sanctie opleggen.

De eventuele werkgeverskost die gepaard gaat met de harmonisatie van de aanvullende pensioenplannen valt binnen de loonnorm. Dit is niet het geval voor sociale pensioenplannen. Bij de evaluatie in de NAR zullen de sociale partners rekening houden met de eventuele kosten van de harmonisatie van de pensioenplannen en de moeilijkheden die zich op dat vlak kunnen voordoen.

Andere aanverwante thema's betreffende aanvullende pensioenen die in de tweede jaarhelft van 2013 voor advies aan de NAR werden voorgelegd, blijven op de agenda staan. Het gaat onder andere om een vereenvoudiging van de regels inzake het dynamisch beheer die bepalen hoe de pensioenrechten evolueren na wijziging van een 'te bereiken doel'-plan. Verder is er de aanpassing van de notie uittreding die de tijdstippen beschrijft wanneer de actieve aansluiting eindigt en er geen toekomstige pensioenrechten meer worden opgebouwd binnen het betreffende pensioenplan. En ook nog een eventuele hervorming van de minimale rendementsgarantie.

30.01.2017

Rechtsplegingsvergoeding komt toe aan rechtsbijstandsverzekeraar Read more

23.01.2017

Assuralia lanceert elektronisch aanrijdingsformulier Crashform® Read more

06.01.2017

Waartoe dient een groene kaart? Read more

27.12.2016

Ik heb met een niet-verzekerde auto een ongeval veroorzaakt. Nu zou ik graag weten of het slachtoffer schadeloosgesteld zal worden en of ik problemen kan krijgen. Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]