Aanvullend pensioen: arbeiders en bedienden krijgen dezelfde behandeling

De aanvullende pensioenen voor arbeiders en bedienden worden gelijkgeschakeld. De sociale partners krijgen tot 1 januari 2025 de tijd om die gelijkschakeling te realiseren. Dat zal geleidelijk gebeuren.

Aanvullende pensioenen

Zoals bekend, heeft het Grondwettelijk Hof herhaaldelijk bepaald dat de verschillen in behandeling tussen arbeiders en bedienden weggewerkt moesten worden. Die rechtspraak heeft geleid tot de wet op het eenheidsstatuut waarin onder andere de opzeggingstermijnen en de carenzdag aan bod komen.

Maar er zijn nog andere verschillen die ongrondwettig zijn. Zo wordt het verschil in behandeling op het vlak van aanvullende pensioenen nu geleidelijk weggewerkt door een wet van 5 mei 2014.

De wetgever koos voor een 'geleidelijke opheffing' omdat een opheffing met onmiddellijke ingang tot een zeer aanzienlijke stijging van de loonkosten zou leiden.

Drie periodes

De tekst is tot stand gekomen na een advies van de Nationale Arbeidsraad (NAR). Men onderscheidt 3 periodes:

1) De eerste periode loopt tot 1 januari 2015. Alle verschillen in behandeling die voortvloeien uit tewerkstellingsperiodes die zich in deze periode bevinden, worden behouden en moeten dus niet weggewerkt worden.

2) De tweede periode loopt van 1 januari 2015 tot 1 januari 2025. Het gaat om een 'stand still'-periode. Dit betekent dat er tijdens deze periode geen nieuwe verschillen tussen arbeiders en bedienden mogen worden ingevoerd, en dat de bestaande verschillen niet groter mogen worden, tenzij ze een onderdeel zijn van een traject dat uiterlijk op 1 januari 2025 tot een volledige gelijkschakeling leidt.

Tijdens deze periode zullen de verschillen in behandeling niet onwettig zijn, maar werkgevers zullen zich voor de verschillen die uit hun ondernemingspensioenplannen voortvloeien wel moeten inschrijven in een traject dat tegen 1 januari 2025 tot harmonisering leidt.

Sectoren zullen protocolakkoorden moeten afsluiten waarin de timing en het traject voor de opheffing van de verschillen op sectoraal vlak worden vastgesteld. Die protocolakkoorden moeten uiterlijk op 1 januari 2023 tot collectieve arbeidsovereenkomsten leiden. Op grond van die overeenkomsten worden de verschillen dan tegen 1 januari 2025 weggewerkt.

Let op! De NAR zal vanaf 1 juli 2016 op basis van sectorale voortgangsrapporten tweejaarlijks de vooruitgang evalueren die de sectoren boeken. Indien er sectoren zijn die tegen 1 januari 2023 geen cao's hebben afgesloten, dan zal de kunnen maatregelen genomen worden, na de advies van de NAR, om de gelijkschakeling tot stand te brengen. Hij zal daarbij rekening kunnen houden met de concrete situatie in de betreffende sectoren.

3) De derde periode loopt vanaf 1 januari 2025. Voor tewerkstellingsperiodes die zich na deze datum bevinden, mogen er op het vlak van aanvullende pensioenen geen verschillen in behandeling tussen arbeiders en bedienden meer bestaan.

In essentie kiest de wetgever dus voor een overgangsperiode met een 'cut-off date' of afsluitingsdatum. Vanaf die datum is een verschil in behandeling niet meer mogelijk. Maar een verschil in behandeling dat gebaseerd is op een onderscheid dat werd gemaakt vóór de afsluitingsdatum, kan ook na die dag gevolgen blijven hebben, ook al mag men na die datum datzelfde verschil in behandeling niet meer maken!

27.12.2016

Ik heb met een niet-verzekerde auto een ongeval veroorzaakt. Nu zou ik graag weten of het slachtoffer schadeloosgesteld zal worden en of ik problemen kan krijgen. Read more

22.12.2016

Bellen tijdens het rijden: verzekeraars luiden de alarmbel Read more

30.11.2016

Burn-out wordt erkend als beroepsgerelateerde ziekte Read more

28.11.2016

Een arbeidsongeval tijdens de pauze: kan dat? Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]