Pensioensparen: toepassingsregels bedrijfsvoorheffing afgestemd op daling ‘taks op het langetermijnsparen’

Een KB van 20 januari 2015 stemt de toepassingsregels voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing (BV) op bezoldigingen, pensioenen en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag, die vanaf 1 januari 2015 worden betaald of toegekend, af op de recente daling van de ‘taks op het langetermijnsparen’.

Daling 'taks op het langetermijnsparen'

Om het pensioensparen aan te moedigen, heeft de Regering de belasting op uitgekeerde pensioenkapitalen verlaagd. Het tarief van de 'taks op het langetermijnsparen' is gedaald van 10% tot 8%, voor alle reserves die in het kader van het pensioensparen worden gestort vanaf 1 januari 2015. Maar de Regering gaat de taks op het langetermijnsparen van 10%, op de tot 31 december 2014 opgebouwde reserves in het kader van het pensioensparen, wel versneld innen.

Van 10% naar 8%

Vóór 1 januari 2015 werd er een taks van 10% geïnd op de reserves van levensverzekeringen en van spaartegoeden, opgebouwd in het kader van het pensioensparen, op het ogenblik dat de verzekeringnemer of de rekeninghouder 60 jaar bereikt.

Sinds 1 januari 2015 bedraagt deze taks nog slechts 8%. Dit om het pensioensparen te bevorderen.

Voor alle duidelijkheid, het gaat hier om de reserves van levensverzekeringscontracten en de spaartegoeden geplaatst op een collectieve of individuele spaarrekening waarvoor de verzekeringnemer of de rekeninghouder een belastingvermindering heeft verkregen.

Versnelde inning

De Regering gaat de taks op het langetermijnsparen van 10%, op de tot 31 december 2014 opgebouwde reserves in het kader van het pensioensparen, wel versneld innen.

Gedurende 5 jaar, van 2015 tot 2019, zal er elk jaar 1% worden geïnd, tot een totaal bedrag van 5% is afgehouden van de opgebouwde reserves tot 31 december 2014. Het resterend bedrag van de taks wordt op de normale datum verminderd van 5% tot 3% (resp. 10% - 5% en 8% - 5%).

De vervroegde inning wordt berekend op het bedrag van de theoretische afkoopwaarde samengesteld op 31 december 2014 voor de levensverzekeringscontracten, en op het spaartegoed geplaatst op de spaarrekeningen op 31 december 2014.

Indien de taks op het langetermijnsparen gedurende die 5 jaar (2015 tot 2019) opeisbaar wordt omdat de verzekeringnemer of rekeninghouder tijdens die periode 60 jaar wordt, is de vervroegde inning betaalbaar tot het jaar voorafgaand aan het normale tijdstip van de betaling van de taks.

Het bedrag van de vervroegde inning wordt afgetrokken van de taks verschuldigd op het tijdstip bepaald bij artikel 184 van het WDRT.

De vervroegde inning is betaalbaar uiterlijk op 30 september van elk van de jaren 2015 tot 2019.

Aanpassing toepassingsregels bedrijfsvoorheffing

Spaartegoeden van spaarrekeningen en kapitalen en afkoopwaarden van spaarverzekeringen die afzonderlijk in de personenbelasting worden belast, worden aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 8,08% (zonder vermindering) (voordien: 10,10%), met dien verstande dat voor spaartegoeden het belastbare bedrag moet worden bepaald overeenkomstig de artikelen 34, § 3 , en 515bis, derde lid van het WIB 1992.

Er moet geen bedrijfsvoorheffing worden ingehouden indien en in zoverre de spaartegoeden van spaarrekeningen en de kapitalen en afkoopwaarden van spaarverzekeringen zijn verleend ter uitvoering van contracten die het voorwerp zijn geweest van een taks op het langetermijnsparen, met uitzondering van de vervroegde inning van de taks bepaald bij artikel 185, § 4 van dat wetboek, of in artikel 119 van de 'wet van 28 december 1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen'.

Uitkering pensioensparen bij 'brugpensioen'

Opgelet! Wie toetreedt tot het stelsel van 'werkloosheid met bedrijfstoeslag' (het vroegere 'brugpensioen') vooraleer hij of zij 60 jaar wordt, en bij die toetreding zijn spaartegoed opvraagt, zal vanaf het aanslagjaar 2018 op dat tegoed geen 8% verschuldigd zijn, maar wel 33% personenbelasting.

Het gunsttarief van 8% geldt in de personenbelasting dus enkel nog voor de aanslagjaren 2016 en 2017.

De voordelige aanslagvoet van 8% wordt namelijk vanaf het aanslagjaar 2018 nog enkel toegepast als er spaartegoeden, kapitalen en afkoopwaarden worden uitgekeerd aan de rechthebbende naar aanleiding van zijn pensionering op de normale datum of in één van de 5 jaren die aan die datum voorafgaan, of zijn rechtverkrijgende indien hij overlijdt.

29.03.2017

Schadegeval met een geleende aanhangwagen Read more

09.03.2017

Bedrijven kunnen jaarlijkse verkeersbelasting bij gecombineerd vervoer volledig terugbetaald krijgen in Vlaanderen Read more

06.03.2017

Geconventioneerde artsen krijgen voor 2016 4.563 euro voor pensioenopbouw Read more

01.03.2017

Beperkte erfbelasting bij verzekeringsgift in Vlaanderen Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]