Termijnen en sancties voor Seveso III-bedrijven in samenwerkingsakkoord gegoten

De federale overheid en de gewesten hebben een nieuw samenwerkingsakkoord gesloten over de preventie van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. In dat akkoord maken zij afspraken over hoe zij de Europese Seveso III-richtlijn zullen uitvoeren in ons land. Het vorige samenwerkingsakkoord was nog gebaseerd op Seveso II. Het nieuwe akkoord neemt de oude voorschriften over, maar vult die aan. Het introduceert ook nieuwe deadlines voor bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken.

Preventiebeleid

De exploitant van een Seveso-inrichting moet vanaf nu ook de rol en de verantwoordelijkheid van het managementtoelichten in het document waarin hij zijn preventiebeleid beschrijft. En hij moet erin uitleggen hoe hij werkt aan hetcontinu verbeteren van het beheersen van het risico op een zwaar ongeval.

De exploitant hoeft dit document niet te overhandigen, maar hij moet het wel permanent ter beschikking houden van de inspectiediensten.

Veiligheidsbeheersysteem

Bijlage 2 bij het samenwerkingsakkoord bevat algemene voorschriften voor het veiligheidsbeheersysteem en de organisatie van elke Seveso-inrichting ter voorkomping van ongevallen.

Kennisgeving

De kennisgeving aan de coördinerende gewestelijke dienst moest al informatie bevatten over de onmiddellijke omgevingvan de Seveso-inrichting en over de omgevingsfactoren die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken, of die de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken. Dat betekent volgens het nieuwe samenwerkingsakkoord dat de Seveso-inrichting informatie moet geven over de naburige inrichtingen, waar er met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt. Ook als die inrichtingen niet onder de Seveso-regels vallen omdat de hoeveelheden gevaarlijke stoffen die er gemanipuleerd worden, betrekkelijk laag blijven. Dat impliceert ook dat de inrichting informatie moet geven “over alle gebieden en ontwikkelingen die de bron kunnen zijn van een risico op een zwaar ongeval, of die de gevolgen van zo'n zwaar ongeval, en van de domino-effecten ervan, kunnen vergroten”.

De exploitant moet dus alle mogelijke bronnen van extern gevaar vermelden in zijn kennisgeving.

De exploitant moet de kennisgeving of geactualiseerde kennisgeving voortaan indienen:

voor een nieuwe inrichting: ten laatste 4 maanden voor de inbedrijfstelling of belangrijke wijziging;

voor een bestaande inrichting: ten laatste 3 maanden na de inwerkingtreding van dit samenwerkingsakkoord;

voor een andere inrichting: ten laatste 3 maanden na de datum waarop de inrichting, een 'andere inrichting' wordt. Een andere inrichting is een inrichting die geen nieuwe of bestaande inrichting is. Het is bijvoorbeeld een inrichting die een Seveso-inrichting wordt door een wijziging van de indelingslijst, en niet door een wijziging van de eigen activiteiten, of het is een laagdrempelige inrichting die een hoogdrempelige inrichting wordt, of omgekeerd.

Er moet geen nieuwe kennisgeving verstuurd worden als de kennisgeving volgens de regels van het vorige samenwerkingsakkoord al alle vereiste informatie bevatte, en die gegevens nog altijd correct zijn.

De kennisgeving kan elektronisch ingediend worden. De gewesten bepalen het model, het formaat en de indieningsmodaliteiten.

Veiligheidsrapport

Bijlage 3 somt de inlichtingen op die zeker moeten voorkomen in het veiligheidsrapport van een hogedrempelinrichting. Zoals: een beschrijving van alle externegevarenbronnen, van de mogelijke domino-effecten, en van het risico op een natuurramp.

De uiterste indieningsdata voor het veiligheidsrapport of het geactualiseerde veiligheidsrapport zijn:

voor een nieuwe inrichting: ten laatste 3 maanden voor de inbedrijfstelling of wijziging;

voor een bestaande inrichting: ten laatste op 1 juni 2016;

voor een andere inrichting: ten laatste 2 jaar nadat de inrichting, een andere inrichting werd.

Ook hier geldt dat er geen nieuw veiligheidsrapport moet worden opgesteld als er geen wijzigingen te noteren zijn, en dat de formaliteiten geregeld worden door de gewesten.

Elk veiligheidsrapport moet vanaf nu 'onverwijld' herzien worden na een zwaar ongeval in de inrichting. En verder, om de 5 jaar, en telkens daar andere redenen toe zijn, zoals op vraag van de coördinerende dienst.

Intern noodplan

De exploitant van een Seveso-inrichting moet nog altijd een intern noodplan opstellen. De inhoud van het interne noodplan van een hoogdrempelige inrichting wordt beschreven in bijlage 4, 1°.

De uiterste datum voor het opstellen of bijstellen van het interne noodplan is:

voor een nieuwe inrichting: ten laatste 3 maanden vóór de inbedrijfstelling of wijziging;

voor een bestaande inrichting: ten laatste op 1 juni 2016; en

voor een andere inrichting: ten laatste 1 jaar nadat de inrichting hoogdrempelig werd.

De exploitant herziet, test en werkt indien nodig het interne noodplan bij, met passende tussenpozen van niet meer dan 3 jaar. De herzieningen houden rekening met:

veranderingen die zich in de betrokken inrichtingen hebben voorgedaan,

met wijzigingen bij de betrokken diensten of overheden,

met nieuwe technische kennis,

en met nieuwe inzichten over de maatregelen die moeten worden genomen bij zware ongevallen.

Als de inrichting een hoogdrempelige inrichting is, moet de exploitant ook waken over de samenhang tussen het interne, en het externe noodplan.

Extern noodplan

De provinciegouverneur stelt voor elke hoogdrempelige Seveso-inrichting een extern noodplan op, waarvan de inhoudbeschreven wordt in bijlage 4,2°. Het nieuwe samenwerkingsakkoord legt daarvoor een termijn op: uiterlijk 2 jaar na ontvangst van het veiligheidsrapport.

Het samenwerkingsakkoord beschrijft ook hoe er tewerk gegaan wordt wanneer meerdere gouverneurs bevoegd zijn, wanneer een gouverneur vrijstelling kan krijgen van de verplichting om een extern noodplan op te maken, en in welke mate aangrenzende gewesten of staten bij het plan worden betrokken.

Nieuw is de verplichting om het publiek in een vroeg stadium te betrekken bij de opstelling of substantiële wijziging van een extern noodplan.

Nog nieuw is dat de exploitant voortaan uitdrukkelijk verplicht is om de gouverneur binnen de gevraagde termijn alle noodzakelijke gegevens te bezorgen, en hij bovendien verplicht is om met de gouverneur samen te werken bij het opstellen van het externe noodplan, bij de oefeningen en actualiseringen van het plan, en bij de afkondiging van het plan.

Dit zal nog verder uitgewerkt worden in een besluit van de federale minister van Binnenlandse Zaken.

De gouverneur herziet, test en werkt indien nodig de externe noodplannen bij, met passende tussenpozen van niet meer dan 3 jaar.

Betrokkenheid van het publiek

De Seveso III-richtlijn betrekt het grote publiek veel nauwer bij de preventie van zware ongevallen. Wat ons land betreft, zal de online-informatie wel verspreid zitten over verschillende diensten: bij de 3 gewestelijke coördinerende diensten, bij de FOD Binnenlandse zaken, en bij de FOD Werkgelegenheid.

De federale minister van Binnenlandse zaken zal, minstens om de 5 jaar, duidelijke en begrijpelijke informatie bezorgen over de veiligheidsmaatregelen die moeten worden getroffen en over de gedragslijn die moet worden gevolgd wanneer er zich een zwaar ongeval zou voordoen in een hoogdrempelige inrichting.

Die informatie is gericht naar:

alle personen die kunnen worden getroffen door een zwaar ongeval;

alle door het publiek gebruikte gebouwen en gebieden, met inbegrip van scholen en ziekenhuizen; en

alle naburige inrichtingen, waar er met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt.

Bijlage 6 somt de gegevens op die moeten worden vrijgegeven naargelang de Seveso-inrichting een laagdrempelige (deel 1), of een hoogdrempelige inrichting (delen 1 én 2) is.

De diensten moeten wel de regels van het recht op toegang van het publiek tot milieu-informatie respecteren. Dat betekent dat zij geen commercieel vertrouwelijke informatie mogen openbaar maken.

Inspectie

Per gewest wordt er een inspectieteam opgericht, dat specifiek de Seveso-inrichtingen zal opvolgen. Elk team wordt gecoördineerd door een vertegenwoordiger van de federale FOD Werkgelegenheid. Elk inspectieteam moet eeninspectieplan, een programma voor routinematige controles, en een programma voor niet-routinematige controles na klachten opstellen. Het samenwerkingsakkoord gaat daar dieper op in.

Het zegt ook hoe en wanneer een inspectie tot een exploitatieverbod kan leiden.

Sancties

In het nieuwe samenwerkingsakkoord is geen sprake meer van administratieve sancties; dat is een bevoegdheid van de gewesten. De strafsancties worden wel in het akkoord opgenomen. De straf varieert tussen een gevangenisstraf van 1 maand (vroeger 8 dagen) en 1 jaar, en een geldboete van 100 tot 100.000 euro voor exploitanten die dwingende maatregelen niet naleven, of die het werk van de inspecteurs belemmeren of verhinderen.

Voor een - veel langere lijst - van inbreuken gelden er zwaardere sancties: gevangenisstraffen tot 5 jaar, en boetes tot 500.000 euro (maar dat laatste is dan weer minder dan het vroegere maximum). Onder meer: voor hoogdrempelbedrijven die geen veiligheidsrapport opstellen of die hun veiligheidsrapport niet actualiseren, voor Seveso-inrichtingen die weigeren informatie uit te wisselen met naburige bedrijven, of voor bedrijven die geen intern noodplan opstellen.

Seveso III-bedrijven

In tegenstelling tot Seveso II, maakt de Seveso III-richtlijn voor de identificatie van de gevaarlijke stoffen (zie bijlage 1) gebruik van de indeling uit de CLP-verordening, die op 1 juni 2015 definitief van kracht werd. Dat, en enkele bewuste keuzes van het Europese beleid, leidden tot verschuivingen in het toepassingsgebied van de Seveso-voorschriften. Zo zijn er bedrijven die nu voor het eerst onder de Seveso-regels komen, en zijn er andere die uit de Seveso-databank verdwijnen. Er is ook en impact op de indeling als lagedrempel- of hogedrempelinrichting.

Wachten op de laatste instemmingsakte

Het nieuwe samenwerkingsakkoord heft het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 op.

Het treedt in werking op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad van de laatste instemmingsakte, en ten vroegste op 1 juni 2015.

De tekst van het samenwerkingsakkoord verscheen alvast in het Belgisch Staatsblad van 20 augustus 2015. maar de federale en gewestelijke instemmingen ontbreken nog. En aangezien de parlementsleden met vakantie zijn tot eind september kan de laatste instemming nog wel even op zich laten wachten.

Nochtans geeft het nieuwe samenwerkingsakkoord zelf aan dat het “voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2012/18/EU” (art. 1). Richtlijn 2012/18/EU is de Seveso III-richtlijn en in die richtlijn staat expliciet dat de lidstaten de maatregelen van de richtlijn moeten toepassen vanaf 1 juni 2015, en niet ten vroegste op 1 juni 2015, of op de dag dat de laatste van de 4 instemmingsakten in het Belgisch Staatsblad verschijnt...

29.05.2017

Wat is de “zwarte lijst”? Read more

02.05.2017

Brandverzekering kan dekking tegen overlopen riolen uitsluiten in risicozones Read more

25.04.2017

Ook vrije advocatenkeuze bij arbitrageprocedure Read more

13.04.2017

Maritieme arbeid: verplichte verzekering voor repatriëring, arbeidsongeschiktheid en overlijden zeevarenden Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]