Rendement op aanvullend pensioen voor werknemers verandert

Op 17 december 2015 stemde het parlement de ‘wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen’, die op 24 december 2015 in het Belgisch Staatsblad verscheen. Meest in het oog springend is de aanpassing van de rendementsgarantie in de aanvullende pensioenen voor werknemers, maar dat is niet de enige nieuwigheid. Er komt ook een minimum overlijdensdekking voor “slapers” en het aanvullend pensioen mag nog slechts uitgekeerd worden bij de wettelijke pensionering.

Rendementsgarantie

De rendementsgarantie in de aanvullende pensioenen van 3,25% op werkgeversbijdragen en 3,75% op werknemersbijdragen stond al geruime tijd onder druk. De historisch lage interestvoeten maakten het voor de verzekeraars bijzonder moeilijk om deze te waarborgen. Eventuele tekorten moesten hierbij worden aangevuld door de werkgevers.

Na lange onderhandelingen bereikten de sociale partners een overeenkomst omtrent een aanpassing van de rendementsgarantie. De wet voert dit akkoord nu uit met ingang van 1 januari 2016.

De nieuwe rendementswaarborg, die dezelfde wordt voor werkgevers- en werknemersbijdragen, is gekoppeld aan het rendement van de Belgische lineaire obligaties (OLO's). Voor de waarborg van een bepaald jaar neemt men op 1 juni van het voorgaande jaar het gemiddelde van het rendement op 10 jaar over de voorbije 24 maanden. In 2016 en 2017 wordt deze vermenigvuldigd met 0,65. Vanaf 2018 wordt dit 75% en vanaf 2020 85%, indien de Nationale Bank hier een positief advies geeft. De rendementsgarantie kan echter niet lager zijn dan 1,75% en niet hoger dan 3,75%. Voor 2016 werd de rendementsgarantie vastgesteld op 1,75%.

Wettelijk pensioen

Eerder dit jaar werd de wettelijke pensioenleeftijd verhoogd. Momenteel bedraagt deze 65 jaar, maar vanaf 1 februari 2025 wordt deze opgetrokken tot 66 jaar en vanaf 1 februari 2030 tot 67. Ook de voorwaarden om met vervroegd pensioen te kunnen gaan werden aangescherpt.

In de nieuwe wet werd nu ook aangepast wanneer het aanvullend pensioen mag uitgekeerd worden. Vanaf 1 januari 2016 is dit bij de effectieve ingang van het wettelijk pensioen. De werknemer kan echter wel de uitbetaling vragen van zodra hij aan de wettelijke voorwaarden om met pensioen te gaan voldoet, zelfs als hij blijft verderwerken. Er werden enkele overgangsmaatregelen voorzien, onder meer voor diegenen die 55 worden in 2016.

Daarnaast komt er een verbod op bepalingen in de pensioenreglementen en pensioenovereenkomsten die een vervroegd pensioen aanmoedigen. Ook hier zijn er overgangsmaatregelen voorzien voor diegenen die 55 worden in 2016.

Overlijdensdekking

Wanneer een werknemer het bedrijf verlaat, heeft hij de mogelijkheid om zijn verworven reserves van zijn aanvullend pensioen over te dragen naar de pensioeninstelling van zijn nieuwe werkgever, naar een pensioeninstelling die de winsten verdeelt en de kosten beperkt of naar een onthaalstructuur als deze wordt voorzien door de inrichter. Wenst hij geen overdracht, kan hij de verworven reserves laten staan en wordt hij een “slaper”. Vanaf 1 januari 2016 wordt een verplichte minimale overlijdensdekking ingevoerd die gelijk is aan de verworven reserves, als de slaper hiervoor de kiest. De dekking wordt gefinancierd vanuit de reserves.

20.02.2017

Ziekteverzuim stijgt snelst bij dertigers en veertigers Read more

14.02.2017

Minister wil ook tachograaf in lichte bestelwagens Read more

10.02.2017

Brussel en Vlaanderen versoepelen termijnen voor periodieke keuring voertuigen Read more

06.02.2017

Grondwettelijk Hof vernietigt passage in Arbeidsongevallenwet wegens overdreven formalisme Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]