Maximale rentevoet voor levensverzekeringen van lange duur daalt tot 2%

De maximale referentierentevoet voor levensverzekeringsverrichtingen van lange duur wordt op 2% gebracht. Dat blijkt uit een ministerieel besluit van 20 januari 2016.

Nationale Bank

Uit de aanhef van het nieuwe besluit blijkt dat de Nationale Bank van België (NBB) op 22 december 2015 beslist heeft om de maximale rentevoet voor levensverzekeringen van lange duur te verlagen van 3,75% tot 1,5%.

Op die manier wil de NBB de maximale rentevoet meer in lijn brengen met de marktrente. De Belgische Mededingingsautoriteit ziet daar geen graten in voor zover er geen andere minder concurrentieverstorende maatregelen zijn die tot eenzelfde resultaat kunnen leiden.

Rendementsgarantie

Toch heeft men uiteindelijk gekozen voor een maximale rentevoet van 2%. De recent doorgevoerde herziening van de rendementsgarantie voor aanvullende pensioenen heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld.

De rentevoet van die garantie wordt sinds begin dit jaar afgestemd op een percentage van het gemiddelde over de laatste 24 maanden van de Belgische Lineaire Obligaties (OLO's) met een duurtijd van 10 jaar. Conform de rendementen op de financiële markten dus, met een minimum van 1,75%, en een maximum van 3,75%. En de rentevoet is dezelfde voor de werkgeversbijdragen en de persoonlijke bijdragen. De rentevoet die sinds 1 januari 2016 van toepassing is, bedraagt 1,75%.

Tak 21-levensverzekeringen

Bij de aanvullende pensioenen die via een groepsverzekering bij een verzekeringsonderneming worden afgesloten, worden de bijdragen vaak belegd in tak 21-levensverzekeringen. Er is dus sprake van een duidelijke band tussen de minimale rendementsgarantie voor de aanvullende pensioenen en de maximale rentevoet voor tak 21-levensverzekeringen.

Bij een maximale rente van 1,5% voor levensverzekeringen van lange duur, zoals de NBB voorstelt, is het voor de verzekeringsondernemingen onmogelijk om voor de belegging van de bijdragen van de aanvullende pensioenen in een levensverzekering van lange duur het minimaal rendement van 1,75% te garanderen, zo argumenteert men in de aanhef van het besluit van 20 januari 2016. Ook de Raad van State had dit probleem overigens aangekaart.

Bijkomend argument. Bij een maximale rentevoet van 1,5% zouden de werkgevers niet langer gemotiveerd zijn om voor hun werknemers een aanvullende pensioenregeling uit te werken via het systeem van de groepsverzekeringen. Bovendien is het voor verzekeringsondernemingen belangrijk om een minimale marge te kunnen behouden tussen de rente die zij minimaal moeten aanbieden op de aanvullende pensioensverzekeringen enerzijds, en de maximale rente die zij mogen aanbieden op de levensverzekeringen van lange duur anderzijds.

30.10.2017

Ongeval met buitenlands voertuig Lees meer

26.10.2017

Groen subsidiepakket voor zware vrachtwagens Lees meer

19.10.2017

Voor- en nadelen van telewerk Lees meer

25.09.2017

Schade aan of veroorzaakt door een heftruck Lees meer

NIEUWSBRIEF
website door Kluwer EasyWeb

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]