Nationale eigenheden bij uitvoering Europese Tachografenverordening en nieuwigheden rij- en rusttijden

Sinds 2 maart 2016 gelden in heel Europa een pak nieuwe regels voor de constructie, de installatie, het gebruik en de controle van tachografen die in het wegvervoer worden gebruikt. Een gevolg van de zogenaamde Tachografenverordening (165/2014) waarmee Europa betere arbeidsomstandigheden wil creëren in de sector en de controle wil vereenvoudigen. Hoewel de verordening rechtstreeks van toepassing is in alle lidstaten, vraagt een correcte uitvoering nog aantal specifieke nationale voorschriften. De federale regering heeft de nodige do’s en don’ts voor ons land nu gebundeld in een omvangrijk besluit.

Al omvat het 'KB van 17 oktober 2016' niet alleen uitvoeringsbepalingen voor de Tachografenverordening. Verordening 165/2014 zorgt immers ook voor aanpassingen aan Verordening 561/2006 met de Europese regels voor de rij- en rusttijden in het wegvervoer. Dus worden ook daarvoor de vereiste details vastgelegd. Tot slot wordt nog uitvoering gegeven aan de recente wijzigingen aan de Europese overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg, kortweg de AETR en Richtlijn 2002/15/EG over de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen.

Een hele boterham dus. Wij stippen kort de belangrijkste elementen aan. Het KB treedt op 24 oktober 2016 in werking, maar heel wat items zijn in de praktijk al van toepassing.

Tachografen

- vrijstellingen

Een tachograaf is verplicht voor alle voertuigen die onder het toepassingsgebied van Verordening 561/2006 vallen. Zowel voertuigen voor 'vervoer voor eigen rekening' als voertuigen voor 'vervoer voor rekening van derden'. In het algemeen gaat het over voertuigen voor het vervoer van goederen met een mtm (incl. opleggers of aanhangwagens) van meer dan 3,5 ton en voertuigen voor het vervoer van personen die meer dan 9 personen, bestuurder inbegrepen, kunnen vervoeren.

Op deze algemene regel gelden heel wat uitzonderingen. En die lijst met afwijkingen en vrijstellingen werd door de Tachografenverordening gewijzigd. Het KB herhaalt die nieuwigheden met een verwijzing naar Verordening 561/2006. Zo moet een tachograaf bijvoorbeeld niet geïnstalleerd zijn of moet die niet gebruikt worden in voertuigen die geen 'wegvervoer' verrichten zoals de Europese definitie dat stelt of in voertuigen die gebruikt worden voor geregelde diensten van personenvervoer over een traject van maximum 50km. En geldt onder meer een uitzondering voor bestuurders die materiaal vervoeren voor de uitoefening van hun job, maar die geen professionele chauffeurs zijn. Zij mogen met een voertuig van minder dan 7,5ton 100 km rond de onderneming rijden zonder tachograaf;

- van aanvraag tot installatie

aanvraag: de fabrikant (of zijn gevolmachtigde) dient zijn aanvraag om de typegoedkeuring van een tachograaf, registratieblad, interface of geheugenkaart in bij de FOD Economie;

veiligheidstests: de fabrikant is verplicht om voertuigunits, bewegingssensoren en tachograafkaarten te onderwerpen aan veiligheidstests. Europa wil dat dat minstens 2 jaar gebeurt. De FOD Economie zal de frequentie van deze tests vastleggen voor Belgische fabrikanten;

installateurs en herstellers: er gelden nieuwe erkenningsvoorwaarden voor installateurs en herstellers van tachografen. Ze zijn beschreven in bijlage I van het KB. Ook de retributies die moeten betaald worden in de erkenningsprocedure zijn aangepast. Voor een erkenning als installateur vraagt de Dienst Ontvangen van het Directoraat-generaal Wegvervoer en Verkeersveiligheid bijvoorbeeld 327 euro. Installateurs die ook een erkenning willen voor digitale tachografen betalen 268 euro extra. Voor een erkenning als hersteller moet men 208 euro betalen. Bedragen die vanaf 2017 jaarlijks zullen worden geïndexeerd;

installatie: bij iedere installatie of herstelling van een tachograaf moet een werkdocument worden opgesteld naar het model vastgesteld door de minister bevoegd voor Wegvervoer;

werking erkende werkplaatsen: iedere werkplaats erkend als installateur is in staat om tachografen van àlle fabrikanten te ijken. Hetzelfde geldt voor het doorsturen van gegevens. Activiteiten waarvoor men erkend is, mogen niet worden uitbesteed. Al gelden specifieke bepalingen voor erkenningen met beperkte draagwijdte. De minister bevoegd voor Wegvervoer kent erkende installateurs en herstellers een specifiek identificatiemerk toe. Erkende werkplaatsen laten de ijking of het periodiek nazicht van hun uitrusting en meetbanen uitvoeren door een labo dat geaccrediteerd is door BELAC of door het Directoraat-generaal Wegvervoer;

ingrepen tachografen: elke ingreep op een tachograaf beantwoordt aan de bepalingen van de Tachografenverordening;

opleiding personeel: er gelden strengere vereisten voor het personeel van de erkende werkplaatsen. Zowel wat de werkomgeving betreft als de opleiding. Personeelsleden die digitale tachografen installeren of herstellen moeten daarvoor een specifieke opleiding hebben gevolgd. Voor analoge tachografen is bovendien een uitbreidingscursus verplicht. De opleidingsprogramma's worden aangepast aan de Europese vereisten;

inspectie voertuigen: voertuigen uitgerust met een tachograaf ondergaan minstens om de 2 jaar een inspectie van de tachograaf en de tachograafinstallatie. Inclusief een ijking. Bovendien moet de installateur het installatieplaatje vernieuwen;

tachograafkaarten - en gegevens: de tachograafkaarten bestaan nog steeds uit 4 types - de bestuurderskaart (voortaan 65 euro), de bedrijfskaart (voortaan 150 euro), de werkplaatskaart (voortaan 225 euro) en de controlekaart (gratis). Allen aan te vragen bij de instantie die werd aangeduid voor de uitgifte en de verdeling ervan ( momenteel Dienst Digitach). Het KB gaat dieper in op eventuele weigeringen van kaarten of ongeldig verklaringen, wat te doen bij diefstal of verlies, de opslag van de gegevens op de kaarten, enz.

Rij- en rusttijden

De regels voor rij- en rusttijden zijn vastgelegd in Verordening 561/2006. We tekenen volgende nieuwigheden op:

bijrijders: voor nationaal vervoer binnen een straal van 50km rond de standplaats van het voertuig (met inbegrip van de gemeenten waarvan het centrum binnen die straal ligt), wordt de minimumleeftijd van de bijrijders teruggebracht tot 16 jaar. Op voorwaarde dat het bijrijden plaatsvindt in het kader van de beroepsopleiding en binnen de grenzen van de nationale arbeidswetgeving;

truckruns: het is niet verplicht om de verkorting van wekelijkse rusttijd te compenseren bij het gebruik van voertuigen voor truckruns: parades met filantropisch en niet-commercieel karakter, waarbij vrachtwagenchauffeurs onbetaald en op trage snelheid een stad of meerdere dorpen in België met gehandicapte kinderen aan boord doorkruisen. Bestuurders kunnen slechts één keer per jaar, vrijwillig, deelnemen aan deze truckruns die zich enkel in het weekend afspelen. Zowel het deelnemersformulier als de toelating van afwijking op de compensatieregel wekelijkse rusttijd moeten zich in het voertuig bevinden;

de regels voor de bemanning, rijtijden, onderbrekingen en rusttijden: het KB bevat een lange lijst met voertuigen waarvoor de regels voor de bemanning, rijtijden, onderbrekingen en rusttijden uit Verordening 561/2006 niet gelden. Zoals de hogergenoemde voertuigen met een mtm van maximum 7,5 ton die worden gebruikt door leveranciers van een universele dienst binnen een straal van 100km rond de vestigingsplaats, op voorwaarde dat dit vervoer niet de hoofdactiviteit van de bestuurder is én de voertuigen voor het vervoer van levende dieren van de boerderijen naar de plaatselijke marketen en omgekeerd, en van de markten naar plaatselijke slachthuizen binnen een straal van 100km.

Arbeidstijd

De gemiddelde wekelijkse arbeidstijd van zelfstandige bestuurders mag niet meer bedragen dan 48 uur. De maximale wekelijkse arbeidstijd mag alleen tot 60uur worden verhoogd wanneer het gemiddelde van 48 uur over een periode van 6 maanden niet overschreden wordt. In geval van nachtarbeid, mag de dagelijkse arbeidstijd niet meer bedragen dan 10 uur per periode van 24uur.

Onverminderd het beschermingsniveau van Verordening 561/2006 of, bij niet toepassing ervan, van de AETR, mogen de zelfstandige bestuurders in geen geval langer werken dan 6 opeenvolgende uren zonder pauze. En die pauze duurt minstens een half uur wanneer iemand in totaal 6 tot 9 uur werkt en 45 minuten wanneer het totaal aantal arbeidsuren meer dan 9 bedraagt. Pauzes worden onderverdeeld in perioden van minstens 15 minuten.

Het KB geeft aan wat niet als arbeidstijd wordt beschouwd.

Sancties en controle

Inbreuken op de Tachograafverordening, Verordening 561/2006, de AETR en het KB van 17 oktober 2016, vastgesteld in België of aangegeven door de bevoegde overheid van een andere lidstaat of van een derde land, worden bestraft volgens

artikelen 2 en 2bis van de wet van 18 februari 1969; en

artikelen 4 en 4bis van de wet van 21 juni 1985,

ook als de inbreuk begaan is op het grondgebied van een nadere lidstaat of van een derde land, al naargelang ze betrekking hebben op het gebruik van de tachograaf of zijn technische kenmerken.

Het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de tachograafverordening en Verordening 561/2006 is een taak van het personeel van het operationeel kader van de federale en lokale politie, de bevoegde ambtenaren van het Directoraat-generaal Wegvervoer, de bevoegde ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen en de sociale inspecteurs en controleurs die toezicht op de sociale wetten van de FOD Werkgelegenheid. De sociale inspecteurs en controleurs van de FOD Sociale Zekerheid en de Rijksdienst Sociale Zekerheid zijn bevoegd voor het opsporen en vaststellen van inbreuken op de rij- en rusttijden en regelgeving arbeidstijd. Voor dit laatste zijn tot slot ook de bevoegde controleurs van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de FOD Economie bevoegd.

Zij kunnen allemaal de voertuigen bestuurd door de dader van één of meerdere inbreuken op kosten en risico van de dader zelf immobiliseren tot aan de oorzaak van de inbreuk is verholpen.

Bijlage IV bij het KB bevat tot slot de nieuwe boetebedragen die worden toegepast bij de overtredingen op de verplichtingen met betrekking tot de registratiebladen, de installatie of het gebruik van de tachograaf, de bestuurderskaart en de afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens. De bedragen variëren van 55 tot 2.640 euro.

29.05.2017

Wat is de “zwarte lijst”? Read more

02.05.2017

Brandverzekering kan dekking tegen overlopen riolen uitsluiten in risicozones Read more

25.04.2017

Ook vrije advocatenkeuze bij arbitrageprocedure Read more

13.04.2017

Maritieme arbeid: verplichte verzekering voor repatriëring, arbeidsongeschiktheid en overlijden zeevarenden Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]