Maritieme arbeid: verplichte verzekering voor repatriëring, arbeidsongeschiktheid en overlijden zeevarenden

Sinds 18 januari 2017 is iedere reder verplicht om een verzekering af te sluiten om de repatriëringskosten van een zeevarende te dekken. Daarnaast moeten ze zorgen voor ‘voldoende financiële zekerheid’ voor schadevergoeding in geval van overlijden of langdurige ongeschiktheid van zeevarenden als gevolg van een arbeidsongeval, beroepsziekte of bedrijfsrisico. De reder kan dit doen door zich te verzekeren of hij kan zich beroepen op het sociale zekerheidsstelsel.

Nieuwe normen die in 2014 via 2 amendementen (goedgekeurd op de 103de sessie van de Internationale Arbeidsconferentie te Genève) werden toegevoegd aan het Maritieme Arbeidsverdrag van 2006. En die nu ook deel uitmaken van de Belgische wetgeving. Zowel de wet van 3 juni 2007 betreffende diverse arbeidsbepalingen als de wet van 13 juni 2014 tot uitvoering en controle van de toepassing van het Maritieme Arbeidsverdrag 2006 worden gewijzigd.

Financiële zekerheid bij overlijden en arbeidsongeschiktheid

Reders moeten een financiële zekerheid stellen voor schadevergoeding bij een arbeidsongeval, beroepsziekte of bedrijfsrisico zoals bepaald in de nationale wetgeving ter uitvoering van MLC 2006, de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst of collectieve arbeidsovereenkomst. Ze kunnen kiezen voor een verzekering of het sociale zekerheidsstelsel.

Deze vorm van financiële zekerheid komt overeen met de gangbare praktijk binnen de Belgische scheepvaart. De zeelieden die niet tot de Belgische Pool der Zeelieden behoren, worden immers al beschermd door een verzekering afgesloten door de reder, in overeenstemming met de cao van 3 augustus 2012 (algemeen verbindend verklaar bij KB van 23 mei 2013). De zeevarenden die ingeschreven zijn bij de pool, zijn verplicht verzekerd bij de Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden. Er moet in het bijzonder een financiële zekerheid worden gesteld in het geval van overlijden of langdurige ongeschiktheid als gevolg van een arbeidsongeval, beroepsziekte of bedrijfsrisico. Omstandigheden die in België gedekt zijn door het sociale zekerheidsstelsel. Zowel de Arbeidsongevallenwet, als de Beroepsziektenwet, de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en de Besluitwet van 7 februari 1945 zijn hier van toepassing voor zeevarenden die hun woon- of verblijfplaats hebben in een Europese lidstaat of een verdragsstaat. Voor de andere zeevarenden ligt het anders. Zij vallen buiten het toepassingsgebied indien ze voor de sociale risico's verzekerd zijn in het land van herkomst, krachtens de wetgeving van dat land, of indien de reder voor hen een verzekeringsovereenkomst heeft aangegaan die voldoet aan de standaarden bedoeld in de conventie 55 en 56 van de Internationale Arbeidsorganisatie. Maar let op, een verzekering voor de sociale risico's in het land van herkomst moet eveneens voldoen aan de vereisten van het MLC 2006.

De wet van 6 maart 2017 bevat de minimumvoorwaarden waaraan de financiële zekerheid moet voldoen. Zo mag er geen druk liggen op een zeeman om een betaling te aanvaarden die lager is dan het bedrag dat contractueel vastligt. Wanneer het moeilijk is om het totale bedrag van de vergoeding meteen vast te stellen, zullen al voorschotten worden betaald aan de zeeman zodat die geen nadeel ondervindt.

Verder bevat de Belgische wetgeving een aantal waarborgen. Zo moet de reder de zeelieden bijvoorbeeld tijdig op de hoogte brengen indien de financiële zekerheid wordt geannuleerd of beëindigd.

Repatriëring

Reders zijn verplicht om een verzekering af te sluiten om de repatriëringskosten van zeevarenden te dekken. Indien de repatriëring niet wordt voorzien door de reder (of de verstrekker van de financiële zekerheid) dan draagt de Belgische staat de kosten ervan. Al geldt wel een trapsgewijze verantwoordelijkheid voor de repatriëring. Indien de Belgische staat moet tussenkomen, kan deze de kosten die ze gemaakt hebben verhalen op de reder, en indien nodig het schip aanhouden totdat de kosten zijn vergoed. Hetzelfde geldt voor schepen die in ons land varen onder vreemde vlag. Volgens het MLC 2006 is de Belgische Staat verplicht om de repatriëring van zeevarenden en hun vervanging aan boord te faciliteren. De staat kan zich niet beroepen op de financiële situatie van de reder of op diens onwil om de zeevarende te vervangen om de repatriëring te weigeren.

Het is de reder verboden om een vooruitbetaling te eisen van een zeeman voor de kosten van de repatriëring of om deze kosten te verhalen op het loon of andere aanspraken van de zeeman. AL bestaan hierop 2 uitzonderingen: wanneer een zeeman om tuchtredenen moet worden gerepatrieerd of wanneer die wordt gerepatrieerd omwille van ziekte of ongeval die enkel te wijten is aan een zware fout van de zeeman.

Certificaat

Reders die aan de voorwaarden voldoen krijgen een certificaat. Dat wordt in België uitgereikt door het Directoraat-generaal Scheepvaart (DGS) van de FOD Mobiliteit. Deze regeling vereist nog uitvoeringsbepalingen. Met onder meer details met betrekking tot de uitgifte en geldigheid van de certificaten.

18 januari 2017

De wet van 6 maart 2017 treedt retroactief in werking op 18 januari 2017. Dat is de dag waarop de amendementen in werking zijn getreden.

24.08.2020

Aansprakelijkheid voor een ongeval Read more

03.08.2020

Vrijstelling van BIV voor elektrische voertuigen en nieuwe nummerplaten Read more

23.07.2020

Vlaamse vrijstelling sociale zekerheidsbijdragen koopvaardij vanaf juli uitgebreid naar kraanschepen, steenstorters, onderzoeksschepen en schepen voor bouwactiviteiten Read more

10.07.2020

COVID-19 is beroepsziekte in cruciale sectoren en essentiële diensten Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]