Verzekeringsplicht voor architect én aannemer, dakdekker, plaatser van ramen en deuren…

Momenteel zijn alleen architecten verplicht om hun tienjarige aansprakelijkheid te verzekeren. Aannemers en andere beroepsgroepen uit de bouwsector hebben een vergelijkbare aansprakelijkheid, maar geen verzekeringsplicht. Wanneer een aannemer failliet gaat, ‘verdampt’ het recht op schadevergoeding; ook al valt de schade onder de tienjarige aansprakelijkheid.

In 2007 werd dit al aangeklaagd voor het Grondwettelijk Hof. Tien jaar later maakt de federale overheid een einde aan die discriminatie.

Maar aangezien de bouwsector de verzekeringspremies waarschijnlijk zal doorrekenen aan de bouwheer, wordt de verzekeringsplicht beperkt gehouden.

Verplichte verzekering

Elke architect, aannemer of andere dienstverlener van de bouwsector, waarvan de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid in het gedrang kan komen door handelingen die hij (of zijn aangestelden) beroepshalve verricht aan in België gelegen woningen, moet een verzekering hebben. De verplichte verzekering dekt de burgerlijke aansprakelijkheid voor de periode van tien jaar na de aanvaarding van de werken, maar is beperkt tot de soliditeit, stabiliteit en waterdichtheid van de gesloten ruwbouw wanneer deze laatste de soliditeit of stabiliteit van de woning in gevaar brengt.

De volgende schadevormen zijn uitgesloten:

schade door radioactiviteit;

lichamelijke letsels wegens blootstelling aan wettelijk verboden producten;

esthetische schade;

zuiver immateriële schade;

zichtbare schade of schade die door de verzekerde gekend is op het moment van voorlopige oplevering, en schade die rechtstreeks volgt uit fouten, gebreken of wanprestaties waarvan de verzekerde op de hoogte is bij de voorlopige oplevering;

schade door niet-accidentele pollutie;

meerkosten die voortvloeien uit wijzigingen of verbeteringen die aan de woning werden aangebracht na het schadegeval; en

materiële of immateriële schade van minder dan 2.500 euro. Dit bedrag wordt geïndexeerd.

De uitsluitingen uit de algemene verzekeringswet van 4 april 2014 zijn ook hier van toepassing. Zoals de uitsluiting wegens zware fout.

De verzekering dekt minstens de schade tot 500.000 euro als de waarde van de weder op te bouwen woning meer dan 500.000 euro bedraagt.

De minimumdekking stemt overeen met waarde van de wederopbouw, als die waarde minder dan 500.000 euro bedraagt.

De bedragen van 2.500 en 500.000 euro zijn gekoppeld aan de ABEX-index, met als basisindex, de index van het eerste semester van 2007, en de index op de datum van aangifte van het schadegeval.

De beroepsbeoefenaars kunnen een jaarverzekering nemen, of een verzekering per project.

Meerdere verzekeringsplichtigen kunnen ook samen een globale verzekering sluiten voor werken op eenzelfde werf.

De verzekering kan ook vervangen worden door een 'borgstelling die beantwoordt aan dezelfde waarborgvereisten als de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid', maar de wetgever laat het aan de regering over om dit verder uit te werken.

Voor architecten, aannemers en anderen...

De wet preciseert dat de nieuwe maatregel van toepassing is op:

architecten die werken uitvoeren of prestaties leveren in België;

aannemers die in België onroerende werken verrichten aan woningen waarvoor de tussenkomst van een architect vereist is. De toelichting bij het wetsontwerp somt enkele mogelijke 'aannemers' op: de aannemer die de funderingen plaatst, de dakdekker, degene die de ramen en deuren plaatst, de persoon die de chapewerken uitvoert, de loodgieter... Op voorwaarde dat zij werken uitvoeren die betrekking hebben op de 'gesloten ruwbouw'; en

andere dienstverleners in de bouwsector. De wet beoogt hier de studiebureaus.

De verzekeringsplicht geldt alleen voor woningen. Een woning is volgens de wet: een gebouw of een gedeelte van een gebouw - in het bijzonder een eengezinswoning of een appartement -, dat van bij de aanvang van de onroerende werken, wegens zijn aard, uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd is voor bewoning door een gezin of een alleenstaande, en waar de verschillende gezinsactiviteiten worden uitgeoefend.

De wet maakt geen onderscheid tussen gezinswoningen en 2e verblijven.

Ook de woning-met-kantoor van de vrije beroeper valt onder de verzekeringsplicht.

Een woning is 'hoofdzakelijk' bestemd voor bewoning als meer dan de helft van haar oppervlakte bestemd is voor bewoning.

Zijn echter géén woning: kamers in gemeenschappelijke gebouwen waar ten minste één woonplaats of sanitair lokaal gebruikt wordt door meerdere personen.

Dus géén studentenkamers of kamers voor seizoenarbeiders. En ook geen kloosters, klinieken, ziekenhuizen, gestichten of allerlei collectieve woonvormen. Een groot kantoorgebouw met een studiootje voor de conciërge valt ook niet onder de nieuwe wet.

De regering kan in een uitvoeringsbesluit overigens nog andere bewoningsvormen uitsluiten van het toepassingsgebied van de wet.

Tariferingsbureau

De regering zal nog een tariferingsbureau oprichten, dat de verzekeringsvoorwaarden en -premies zal vastleggen voor personen die geen dekking kunnen vinden op de reguliere markt. Een verzekeringsplichtige zal zich tot dat tariferingsbureau kunnen wenden als hij kan aantonen dat ten minste drie verzekeringsondernemingen geweigerd hebben om hem een dekking toe te staan.

Het tariferingsbureau zal verschillende voorwaarden kunnen opleggen naargelang het risicoprofiel van de verzekeringsplichtige. Het ene bouwberoep brengt nu eenmaal meer risico mee dan het andere.

De wet regelt in grote lijnen de bevoegdheden en samenstelling van het nieuwe tariferingsbureau, maar de concrete uitwerking wordt ook hier overgelaten aan de regering.

Bewijs van verzekering

De beroepsbeoefenaars uit de bouwsector moeten kunnen bewijzen dat zij hun tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid verzekerd hebben.

De verzekeraars bezorgen daartoe elk jaar een lijst aan de Orde van Architecten, wat de verzekerde architecten betreft.

Wat de verzekerde aannemers en andere dienstverleners betreft, ligt de bewijslast bij de beroepsbeoefenaars zelf. Vooraleer zij een onroerend werk mogen aanvatten, moeten zij een verzekeringsattest bezorgen aan de bouwheer én architect.

De architect kan dit attest zelfs opeisen. “Elke verplichte verzekering moet worden gecontroleerd”, staat er in de toelichting bij het ontwerp van wet. “Welnu, de architect is de persoon die daarvoor het best geplaatst is, in zoverre hij ertoe gehouden is de werf te controleren”.

In bepaalde gevallen moeten de aannemers en studiebureaus ook een attest overmaken aan de bank en aan de RSZ.

De controleambtenaar kan altijd een exemplaar opvragen.

Verplichte check door de notaris

Bij verkoop van het onroerend goed of een andere overdracht van zakelijke rechten vóór de afloop van de dekking van de tienjarige aansprakelijkheid, moet de notaris zich ervan vergewissen dat de overdrager van het zakelijk recht, het verzekeringsattest overhandigt aan de verkrijger van het zakelijk recht.

Tot 80.000 euro boete

De leden van de lokale en federale politie houden toezicht op de naleving van deze wet.

De regering kan daarnaast nog andere ambtenaren aanwijzen die eveneens toezicht kunnen houden. Zij zullen waarschuwingen kunnen uitschrijven en minnelijke schikkingen kunnen voorstellen. En hun pv's zullen bewijskracht hebben, tot bewijs van het tegendeel.

Architecten, aannemers en andere dienstverleners uit de bouwsector die inbreuken plegen op de wet en haar toekomstige uitvoeringsbesluiten, zullen bestraft worden met een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 10.000 euro (x 8).

'Té beperkte verplichtingen'?

Critici wijzen erop dat het toepassingsgebied van de nieuwe 'wet-Peeters' erg beperkt is: alleen voor individuele huisvesting, enkel dekking van de tienjarige aansprakelijkheid, uitsluiting van bepaalde schadevormen, en een bovengrens van 500.000 euro voor de waarborg.

Maar dat is volgens vice-eersteminister en minister van Werk en Economie Kris Peeters een bewuste keuze.

“Dat de wet beperkt blijft tot de essentiële waarborgen, valt te verklaren door wat er in Frankrijk is gebeurd”. De Franse wetgever heeft een algemene verzekeringsplicht ingevoerd voor alle actoren in de bouwsector. Met “rampzalige gevolgen voor de bouwkosten: een stijging met circa 5%”.

De Belgische regering heeft dan ook geprobeerd om een oplossing te bieden voor de discriminatie die het Grondwettelijk Hof aankaartte, zonder “onredelijke lasten op te leggen aan de kandidaat-bouwer”.

30.10.2017

Ongeval met buitenlands voertuig Lees meer

26.10.2017

Groen subsidiepakket voor zware vrachtwagens Lees meer

19.10.2017

Voor- en nadelen van telewerk Lees meer

25.09.2017

Schade aan of veroorzaakt door een heftruck Lees meer

NIEUWSBRIEF
website door Kluwer EasyWeb

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]