Federale onderzoeksinstantie voor scheepvaartongevallen binnenkort eindelijk operationeel

Op 1 september 2017 treedt een nieuwe financieringsregeling in werking voor de ‘Federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen’ (FOSO). De vorige regeling werd in 2013 door het Grondwettelijk Hof vernietigd. Onder meer omdat er geen duidelijke afspraken waren gemaakt met de gewesten. Die zijn er nu wel. Daardoor zal de FOSO binnenkort effectief aan de slag kunnen. Door het gebrek aan effectieve financiering werd de FOSO immers nooit operationeel. België kan daardoor, tot op de dag van vandaag trouwens, niet voldoen aan zijn internationale en Europese verplichtingen. De wettekst brengt dus soelaas.

Aanzet

De FOSO-oprichtingswet van 2 juni 2012 zorgt voor de omzetting van Richtlijn 2009/18 waarmee Europa een reeks maatregelen treft om de maritieme veiligheid te verhogen, verontreiniging van schepen te voorkomen en de kans op toekomstige ongevallen op zee te verminderen. Een van de vereisten was de oprichting van een onafhankelijke onderzoeksinstantie voor scheepsvaartongevallen.

Om de werkingskosten van de nieuwe federale onderzoeksinstantie te dekken, werden tijdens de vorige regeerperiode afspraken gemaakt met de exploitanten van Belgische schepen en van de Belgische havens van Antwerpen, Brussel, Gent, Luik, Oostende en Zeebrugge. De bijdrage werd berekend op de bruto tonnenmaat van schepen onder vreemde vlag die deze havens in een referentiejaar aandoen.

De havenbedrijven hebben zich echter tegen die regeling verzet. De financieringsregeling werd uiteindelijk door het Grondwettelijk Hof vernietigd op 21 november 2013 (arrest 158/2013) wegens schending van het gelijkheidsbeginsel: de wet stelt een bijdrage in voor de onder Belgische vlag varende schepen enerzijds, en de Belgische havens die door buitenlandse schepen worden aangedaan anderzijds.

Maar de wettekst werd ook door de Raad van State op de korrel genomen. Die oordeelde in haar advies (58.906/4 van 2 maart 2016) dat in de wet rekening moest worden gehouden met de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de zesde staatshervorming, waarbij de Gewesten bevoegd werden voor de regels van algemene politie op de binnenwateren en bijgevolg de scheepvaartongevallen. Er moesten dus duidelijke afspraken worden gemaakt met de gewesten. En die waren er niet.

Issues van bij het begin dus. En geen financiering waardoor FOSO niet van start kon gaan. Dit betekent echter niet dat het onderzoek naar scheepvaartongevallen werd stilgelegd. Er werden onafhankelijke onderzoekers aangesteld, personeel van de DG Scheepvaart kreeg een specifieke opleiding en de EMCIP databank werd aangevuld.

Intussen werd werk gemaakt van een nieuwe financieringsregeling. En die is nu, na maandenlange besprekingen klaar.

Nieuwe regeling

De exploitanten van Belgische schepen en schepen onder vreemde vlag die de haven van Antwerpen, Brussel, Gent, Luik, Oostende of Zeebrugge aandoen moeten voortaan elk kalenderjaar een bijdrage betalen aan FOSO. Het geld dekt de oprichtings-, personeels-, en werkingskosten van de dienst.

De bijdrage van de exploitanten bedraagt 0,013 euro per brutotonnenmaat van het Belgisch schip waarvan zij de exploitant zijn op 1 januari van het kalenderjaar waarin de jaarlijkse bijdrage verschuldigd is. Met een minimum van 25 euro en maximum 1.500 euro per Belgisch schip waarvan zij exploitant zijn.

De bijdrage van een vreemd schip dat de haven van Antwerpen, Brussel, Gent, Luik, Oostende of Zeebrugge aandoet wordt berekend volgens de volgende formule: (250.000 - BE)/JA waarbij

BE = totale bijdrage van exploitanten van Belgische schepen;

JA = totaal aantal aanlopen van schepen onder vreemde vlag in de havens van Antwerpen, Brussel, Gent, Luik Oostende en Zeebrugge in de periode van 1 oktober van het vorige kalenderjaar tot 30 september van het lopende kalenderjaar waarin de bijdrage verschuldigd is.

De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

Het FOSO zal dus minder middelen beschikbaar hebben waardoor er ook minder personeel zal zijn dan initieel was vooropgesteld. Het personeelsbestand wordt ingeperkt tot een directeur en een administratief assistent. De 3 onderzoekers die zouden worden aangeworven, worden dus geschrapt. De directeur krijgt wel de bevoegdheid om bijkomende veiligheidsonderzoeken te vragen waarvoor bijkomende middelen ter beschikking kunnen worden gesteld.

Wat de inning van deze bijdragen betreft, zal een ministerieel besluit in plaats van een koninklijk besluit het samenwerkingsakkoord met de havens bekrachtigen.

FOSO arbeidsongevallen

Via de wet van 11 augustus 2017 wordt FOSO tot slot ook officieel aangeduid als bevoegde instantie om ongevallen naar arbeidsongevallen aan boord van Belgische schepen uit te voeren. Een juridische must overeenkomst het Verdrag betreffende Maritieme Arbeid. FOSO is meer concreet bevoegd zijn om alle ongevallen en incidenten te onderzoeken waarbij Belgische schepen betrokken zijn, of die zich voordien in de maritieme zones (territoriale wateren, EEZ en BCP), of die andere aanzienlijke belangen van België raken. FOSO zal evenwel geen onderzoek voeren naar ongevallen op de binnenwateren.

24.08.2020

Aansprakelijkheid voor een ongeval Lees meer

03.08.2020

Vrijstelling van BIV voor elektrische voertuigen en nieuwe nummerplaten Lees meer

23.07.2020

Vlaamse vrijstelling sociale zekerheidsbijdragen koopvaardij vanaf juli uitgebreid naar kraanschepen, steenstorters, onderzoeksschepen en schepen voor bouwactiviteiten Lees meer

10.07.2020

COVID-19 is beroepsziekte in cruciale sectoren en essentiële diensten Lees meer

NIEUWSBRIEF
website door Kluwer EasyWeb

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]