Tweede fase Wijninckx-bijdrage opnieuw uitgesteld

Een werkgever die voor een werknemer stortingen doet voor de opbouw van een aanvullend pensioen, moet in bepaalde gevallen een bijzondere bijdrage van 1,5% betalen. De invoering van die regeling verloopt in twee fasen. Maar de start van de tweede fase – de definitieve regeling – wordt uitgesteld tot 1 januari 2019.

Wijninckx-bijdrage

Twee verzamelwetten hebben retroactief, met ingang van 1 januari 2012, een nieuwe bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 1,5% ingevoerd op de bijdragen en premies die werkgevers storten voor de opbouw van aanvullende pensioenen voor werknemers wanneer een welbepaalde jaargrens wordt overschreden. Ze is elk jaar in het vierde kwartaal verschuldigd. Voor zelfstandigen geldt een gelijkaardig stelsel.

Die zogenaamde Wijninckx-bijdrage is verschuldigd bovenop de bijdrage van 8,86% (gewone patronale bijdrage). Bedoeling is immers dat de stortingen een aanvulling zijn op het pensioen en geen 'lonen' waarop lagere sociale bijdragen worden betaald.

Twee fasen

De invoering van de bijdrage gebeurt in twee fases:

een voorlopige regeling - de overgangsregeling - die liep van 1 januari 2012 tot 31 december 2015;

een definitieve regeling die normaal in werking zou treden vanaf 1 januari 2016.

Maar die datum van inwerkingtreding werd eerder al opgeschoven tot 1 januari 2017, zowel voor de werknemers als voor de zelfstandigen.

Formeel zijn de bepalingen met betrekking tot fase 2 dus in werking getreden op 1 januari 2017. De bepalingen met betrekking tot de eerste fase 1 (voorlopige regeling) hebben juridisch geen uitwerking meer.

Maar nu is er opnieuw sprake van uitstel. Vandaar dat de wet van 30 september 2017 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, de regels voor het voorlopig systeem opnieuw herstelt, en deze voor het definitief systeem opnieuw uitstelt.

Overgangsfase

Tijdens de overgangsfase is een werkgeversbijdrage van 1,5% verschuldigd op de bijdragen en premies wanneer die hoger zijn dan een bepaald bedrag. Dit plafond geldt per werknemer en per werkgever.

Het grensbedrag wordt geïndexeerd en bedraagt 31.836 euro voor het bijdragejaar 2017. Om te bepalen of er al dan niet sprake is van een overschrijding, kijkt men naar (gestort in de loop van 2016):

bedragen gestort op de rekening(en) voor de vorming van een aanvullend rust- en/of overlevingspensioen ten gunste van een werknemer;

bedragen van premies gestort ter dekking van het risico van overlijden van deze werknemer wanneer ze niet geïntegreerd zijn in de bedragen hierboven.

Zowel de bedragen gestort door de werkgever als de bedragen gestort door de werknemer worden in aanmerking genomen. Wanneer het totaal van de gestorte bijdragen en premies hoger is dan 31.836 euro, moet de werkgever een bijdrage van 1,5% betalen op het deel dat dit bedrag overschrijdt, maar beperkt tot zijn eigen aandeel.

Definitief stelsel

Bij de definitieve regeling zal de bijdrage gelden wanneer de som van het wettelijk pensioen en de aanvullende pensioenen een bepaalde pensioendoelstelling (een maximumbedrag) overschrijdt.

Maar de verzamelwet van 30 september 2017 stelt de inwerkingtreding van fase 2 dus (opnieuw) uit - tot 2019 - omdat de pensioeninstellingen en Sigedis nog niet klaar zijn met de gegevensinzameling. Sigedis is de vzw die alle noodzakelijke informatie verzamelt en opslaat.

Uit het bijhorend commissieverslag blijkt dat men wel degelijk met de gegevensinzameling was begonnen, maar dat die is onderbroken omdat voorrang werd gegeven aan het project 'mypension'. De uitvoering van fase 2 vereist dat de gegevens voor 100% beschikbaar zijn, en dat is op dit moment nog niet het geval, zo klinkt het. Er is sprake van een beschikbaarheid van 90% tot 95%. Voor de resterende 5% is meer tijd nodig.

Om juridisch-technische redenen en om een correcte inwerkingtreding te garanderen, worden de oorspronkelijke wetteksten uit 2012 integraal hernomen, zonder aan de berekeningswijze iets te veranderen.

Vanaf 1 januari 2019

Dit betekent dat het stelsel er vanaf 1 januari 2019 als volgt uit zal zien:

wanneer de som van het wettelijke pensioen en het aanvullende pensioen van een loontrekkende werknemer op 1 januari van een jaar hoger is dan de 'pensioendoelstelling',

dan zal de werkgever of de sectorale inrichter op de bijdragen en premies die hij in de loop van het jaar rechtstreeks of onrechtstreeks stort voor het aanvullend pensioen, een bijdrage van 1,5% verschuldigd zijn.

De 'pensioendoelstelling' is het maximale pensioenbedrag in de openbare sector.

24.08.2020

Aansprakelijkheid voor een ongeval Read more

03.08.2020

Vrijstelling van BIV voor elektrische voertuigen en nieuwe nummerplaten Read more

23.07.2020

Vlaamse vrijstelling sociale zekerheidsbijdragen koopvaardij vanaf juli uitgebreid naar kraanschepen, steenstorters, onderzoeksschepen en schepen voor bouwactiviteiten Read more

10.07.2020

COVID-19 is beroepsziekte in cruciale sectoren en essentiële diensten Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]