Wetsontwerp: pensioenovereenkomst voor zelfstandigen

Een wetsontwerp over het aanvullend pensioen voor zelfstandigen beoogt twee dingen. Ten eerste is er de veralgemening van de tweede pensioenpijler, zodat zelfstandigen die actief zijn als natuurlijk persoon een aanvullend pensioen kunnen opbouwen (bovenop het VAPZ, zoals dit voor bedrijfsleiders al langer kan). Daarnaast is er een hervorming van de adviesstructuren inzake de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen.

Vandaag kan een zelfstandige die actief is als natuurlijk persoon (waaronder ook zelfstandigen in een vrij beroep zonder vennootschap), als meewerkende echtgenoot of als helper enkel een aanvullend pensioen opbouwen binnen bepaalde grenzen (vastgelegd door de WAPZ).

De rechtspersoon waarvan de zelfstandige de bedrijfsleider is, kan als inrichter een pensioentoezegging toekennen aan de bedrijfsleider, en dus voor de bedrijfsleider een aanvullend pensioen opbouwen.

Omdat de situaties verschillend zijn, werd ervoor gekozen om een afzonderlijk wettelijk kader te creëren. Het is de zelfstandige (actief als natuurlijk persoon) die zelf een pensioenovereenkomst afsluit bij een pensioeninstelling. Maar wanneer een zelfstandige bedrijfsleider is, kan hij toch een pensioenovereenkomst afsluiten die onder het toepassingsgebied van dit ontwerp valt, als hij bovenop zijn bezoldiging als bedrijfsleider ook winsten of baten ontvangt die door deze wet beoogd worden.

Bestaande wetgevingen worden aangepast om ze toepasbaar te maken op het nieuwe wettelijke kader. Denk bijvoorbeeld aan de adviesstructuren en aan de raadpleging in de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen (DB2P).

Ook het fiscale luik komt aan bod. Namelijk:

de bijdragen voor het aanvullend pensioen komen in aanmerking voor een (federale) belastingvermindering tegen het tarief van 30 procent;

het bedrag van de bijdragen dat in aanmerking komt voor de belastingvermindering wordt bepaald in functie van een aangepaste 80 procent-regel;

de uitkeringen vanaf de vroegst mogelijke pensioenleeftijd of naar aanleiding van het overlijden van de aangeslotene zullen in beginsel in de inkomstenbelasting worden belast aan het tarief van 10 procent;

er wordt voorgesteld om de bijdragen en premies te onderwerpen aan de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen tegen het tarief van 4,4 procent.

20.10.2020

Erkenning aansprakelijkheid Read more

07.10.2020

Beheerscomité zelfstandigen moet onrechtmatig betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen altijd terugvorderen van wie corona-overbruggingsrecht krijgt Read more

02.10.2020

Wegcode geldt niet voor prioritaire voertuigen die dringende opdracht uitvoeren (op enkele verkeersregels na) Read more

30.09.2020

Wetsvoorstel: verzekeraars mogen geen informatie verzameld door gezondheidstrackers gebruiken Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]