Aanvullende pensioenkapitalen: verlaagd belastingtarief bij ‘volledige loopbaan’ vanaf 1 januari 2019

Wie ‘effectief actief’ blijft tot aan de wettelijke pensioenleeftijd (momenteel 65 jaar), en zijn extralegale pensioenkapitalen die afkomstig zijn van o.a. een groepsverzekering of een pensioenfonds ook ten vroegste vanaf die leeftijd opvraagt, betaalt daarop slechts 10% belasting.

Wie al een 'volledige loopbaan' (45 jaar) achter de rug heeft, en daardoor met pensioen kan gaan maar de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, betaalt momenteel een hogere belasting bij opname van deze extralegale pensioenkapitalen, dan wie geen 45 jaar heeft gewerkt maar wel 'effectief actief is gebleven tot de wettelijke pensioenleeftijd'.

Om deze anomalie weg te werken, voegt de wet van 27 februari 2019 voor het bekomen van het verlaagd tarief een nieuw criterium toe, nl. dat van de 'volledige loopbaan' (naast het effectief actief blijven tot de wettelijke pensioenleeftijd) (wijziging art. 171, 2°, b) en 4°, f) , WIB 1992).

Vanaf 1 januari 2019 geldt het verlaagd tarief van 10% ook in zover:

“het kapitalen betreffen die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven ten vroegste bij het bereiken van de leeftijd, waarop wordt voldaan aan de voorwaarden voor een volledige loopbaan volgens de geldende pensioenwetgeving, worden uitgekeerd aan de begunstigde die minstens tot aan die leeftijd effectief actief is gebleven of worden uitgekeerd bij overlijden na het bereiken van de leeftijd, waarop wordt voldaan aan de voorwaarden voor een volledige loopbaan, en de overledene tot die leeftijd effectief actief is gebleven”.

Voor het Vrij Aanvullend Pensioen van Zelfstandigen (VAPZ), dat wordt belast in de vorm van een omzettingsrente, geldt een gelijkaardige regeling.

Artikel 169, § 1, derde lid van het WIB 1992 bepaalt dat slechts 80% van het kapitaal voor de omzettingsrente in aanmerking wordt genomen als het kapitaal ten vroegste wordt uitgekeerd bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar.

Hetzelfde geldt voor de in de vorm van een omzettingsrente belaste tweede pijlerpensioenen die hebben gediend voor het financieren van vastgoed ( art. 169, § 1, vierde lid , WIB 1992).

In deze regels worden logischerwijze dezelfde aanpassingen aangebracht, zodat deze gunstige behandeling ook geldt wanneer men de voorwaarden vervult voor het bereiken van een volledige loopbaan.

In werking:

de wet van 27 februari 2019 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019.

ze is van toepassing op de uitbetalingen van kapitalen gedaan vanaf 1 januari 2019.

27.06.2019

Vanaf 1 juli verzekeringsplicht voor veiligheids- en gezondheidscoördinatoren en andere beroepsbeoefenaars uit bouwsector Lees meer

26.06.2019

Kentekenbewijs voertuig wijzigt op 1 juli: extra gegevens en andere rangschikking Lees meer

07.06.2019

Rijden op de pechstrook vanaf 1 juli overtreding van derde graad Lees meer

28.05.2019

Burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering niet meer verplicht voor elektrische fietsen, hoverboards en elektrische rolstoelen Lees meer

NIEUWSBRIEF
website door Kluwer EasyWeb

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]