NAR buigt zich over aantal praktische vragen rond de harmonisering van het pensioenstelsel van arbeiders en bedienden

De Nationale Arbeidsraad gaat in zijn advies nr. 2.155 van 17 december 2019 dieper in op een aantal interpretatieproblemen over de toepassing van de wet van 5 mei 2014 die de pensioenstelsels van arbeiders en bedienden harmoniseert.

De wet van 5 mei 2014 had tot doel een wettelijke regeling inzake aanvullende pensioenen op te zetten als raamwerk voor de geleidelijke opheffing van de verschillen in behandeling die berusten op het onderscheid tussen arbeiders en bedienden. De wet voerde vanaf 1 januari 2015 een overgangsperiode in om tegen 1 januari 2025 te komen tot een definitieve opheffing van alle verschillen in behandeling die steunen op het onderscheid tussen arbeiders en bedienden.

Hiertoe organiseert de wet van 5 mei 2014 deze periode door middel van 3 hoofdregels:

Vrijstelling van de verschillen in behandeling die vóór 1 januari werden ingevoerd in een pensioenstelsel: een verschil in behandeling wordt nog enkel getolereerd indien het werd ingevoerd in een pensioenstelsel vóór 1 januari 2015;

Onthoudings- of 'standstill'-verplichting: de sectorale inrichters en de werkgevers mogen tijdens de overgangsperiode geen nieuwe pensioenstelsels meer invoeren die verschillen in behandeling inhouden noch nieuwe verschillen in behandeling invoeren in bestaande pensioenstelsels behalve als het verschil in behandeling een bestaand verschil in behandeling schrapt in een op 1 januari 2015 bestaande pensioenstelsel;

Verplichting in te stappen in een harmoniseringstraject/het afsluiten van protocolakkoorden: gedurende de overgangsperiode moeten de sectorale inrichters en werkgevers eveneens instappen in een 'harmoniseringstraject' met het oog op de definitieve opheffing van de verschillen in behandeling tussen arbeiders en bedienden tegen 1 januari 2025.

Op basis van die regels is de NAR dieper ingegaan op de volgende praktische vragen:

Mag een collectieve arbeidsovereenkomst die werd afgesloten vóór 1 januari 2015 voorzien in een verhoging van de werkgeversbijdrage in verschillende fases - waarvan er één of meerdere uitwerking hebben na 1 januari 2015 - in een pensioenplan dat van toepassing is op één van de categorieën?

Mag men tijdens de periode van standstill nog steeds een pensioenstelsel verhogen ten gunste van een categorie arbeiders of bedienden?

Wat is de prioritaire rol van de sectoren in de tenuitvoerlegging van de harmonisering vóór 1 januari 2023 en hoe kan concreet worden overgegaan tot de harmonisering op het niveau van de sectoren?

De harmonisering op het niveau van de onderneming, naargelang de werkgever behoort tot een of meerdere (sub)sectoren die al dan niet moeten harmoniseren.

De inhoud van de geharmoniseerde pensioenstelsels en meer specifiek het onderdeel pensioen en het onderdeel overlijden, het referentieloon, de pensioenleeftijd, de dekking premievrijstelling in geval van invaliditeit, de solidariteitstoezegging, de voorschotten en inpandgevingen, de facultatieve persoonlijke overeenkomsten, de toestand voor de verzekeringsondernemingen of instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP), het beheer in tak 23 of tak 21 of het gegeven dat het verschil in behandeling het gevolg is van een historische keuze.

Op te merken valt dat de sociale partners hebben vastgesteld dat nog andere vragen kunnen rijzen, waarvoor nog geen voorstel van antwoord is gevonden. Er moeten dus nog een aantal punten verder onderzocht worden.

30.09.2020

Wetsvoorstel: verzekeraars mogen geen informatie verzameld door gezondheidstrackers gebruiken Read more

21.09.2020

Groene kaart vanaf nu elektronisch beschikbaar? Read more

14.09.2020

Maximale rentevoet voor levensverzekeringen van lange duur blijft 2% Read more

07.09.2020

COVID-19: vervallen voorlopige rijbewijzen geldig tot en met 31 december Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]