Assuralia reageert op artikel De Standaard en verdedigt groepsverzekering

Volgens Assuralia heeft De Standaard in haar editie van 10 februari een fout heeft gemaakt met de krantenkop “Tekort in twee op drie groepsverzekeringen” en de openingszin “Het merendeel van de groepsverzekeringen is niet in staat om op de vervaldag het beloofde pensioen aan de werknemers uit te betalen.” Het artikel komt tot die conclusie op basis van een studie van de FSMA. Assuralia wenst deze studie in haar context te plaatsen en enkele verduidelijkingen aan te brengen. Om die reden heeft de beroepsvereniging dezelfde dag een reactie gestuurd naar persagentschap Belga en enkele ongeruste journalisten.

1. De boodschap van een tekort in twee op de drie groepsverzekeringen is niet correct

De studie van Assuralia heeft enkel betrekking op DB-plannen ('defined benefit', vaste prestatie of te bereiken doel). Het gaat om 'oude' plannen, die slechts 10% van de aangeslotenen in tweede pijler vertegenwoordigen. Het merendeel van de aangeslotenen genieten van een DC-plan ('defined contribution' of vaste bijdragen), waarbij deze problematiek zich niet stelt.

De wetgever heeft minimale verworven rechten vastgelegd waarop een aangeslotene recht heeft. De cijfers in de FSMA studie zijn echter niet alarmerend. Bij slechts 18% van de DB-plannen werd een wettelijke onderfinanciering vastgesteld, waarbij de financieringsgraad bijna altijd 95% bedraagt. Is dat het geval, verwittigt de verzekeraar de werkgever, die deze onderfinanciering binnen een termijn van zes maanden moet aanzuiveren.

2. Verzekeraars bieden via tak 21 juist een extra bescherming aan aangeslotenen dankzij een gegarandeerd rendement dat in alle situaties wordt nagekomen

De wetgever laat toe dat de financiering van een vasteprestatieplan (ook wel het financieringsritme genoemd) volgens verschillende financieringsmethodes kan gebeuren. De werkgever beslist welke financieringsmethode wordt gebruikt.

In het kader van tak 21 garanderen verzekeraars altijd het ingelegde kapitaal, evenals een gegarandeerd rendement op de stortingen. Deze verzekeringsverplichtingen worden in alle situaties voor 100% nagekomen door de verzekeraars en de FSMA-studie stelt dit niet in vraag.

3. Werkgevers/aangeslotenen zijn sowieso beter beschermd bij een groepsverzekering dan bij een pensioenfonds

De meerderheid van de groepsverzekeringen bieden - in tegenstelling tot pensioenfondsen - een resultaatsverbintenis in tak 21, oftewel een garantie op de stortingen.

Een pensioenfonds werkt steeds met een middelenverbintenis en biedt geen garantie. Dat betekent dat de werkgever altijd geconfronteerd kan worden met tekorten die hij moet aanzuiveren.

Het verdwijnen van de werkgever is dan ook problematischer bij een pensioenfonds dan bij een verzekeraar, aangezien bij een pensioenfonds de werkgever op elk ogenblik instaat voor het nakomen van verworven rechten. Bij een verzekeraar zal deze enkel bijkomend aangesproken worden als het financieringsplan voor een DB-plan een tekort geeft op de verworven rechten.

Het prudentieel kader is voor verzekeraars bovendien heel wat strenger dan voor pensioenfondsen. Verzekeraars zijn onderworpen aan de strenge vereisten van Solvency II, die kapitaalbuffers opleggen zodat de verzekeraar steeds zijn engagement nakomt. Voor pensioenfondsen ontbreekt momenteel een dergelijk kader. Naast de verzekeringsgarantie in tak 21 is dit een bijkomende bescherming voor de aangeslotene.

20.02.2020

Assuralia reageert op artikel De Standaard en verdedigt groepsverzekering Lees meer

13.02.2020

Beroepsaansprakelijkheid: Tariferingsbureau voor bouwsector kan eindelijk van start gaan Lees meer

10.02.2020

Inkomensgrenzen voor bijverdienende gepensioneerde zelfstandigen in 2020 Lees meer

07.02.2020

Zuhal Demir wil ook scooters en bromfietsen verbieden in lage-emissiezones Lees meer

NIEUWSBRIEF
website door Kluwer EasyWeb

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]