Raad van State vernietigt Vlaams besluit over rijopleiding: 3 maanden oefenen volstaat weer

De Raad van State heeft het Vlaams besluit van 9 juni 2017 over de hervorming van de rijopleiding vernietigd. En die uitspraak heeft grote gevolgen: kandidaat-bestuurders kunnen het praktisch rijexamen weer afleggen na 3 (in plaats van 9) maanden oefenen en het vormingsmoment voor begeleiders in het traject met vrije begeleiding is niet langer verplicht.

Volgens de Raad heeft de Vlaamse regering met dat besluit haar bevoegdheid overschreden: 'de uitreiking van het (voorlopige) rijbewijs is een federale bevoegdheid. De regering mag de gemeenten dus niet verplichten om de uitreiking van het voorlopige rijbewijs te weigeren wanneer de besluitvoorwaarden niet zijn nageleefd'. Maar het besluit druist ook in tegen andere principes: zo miskent de tekst het keuzerecht van Vlamingen om de rijopleiding te volgen in het ene gewest en het rijexamen af te leggen in een ander gewest.

Hervorming rijopleiding

Met het Besluit van 9 juni 2017 heeft de Vlaams regering de rijopleiding drastisch hervormd. Sinds 1 oktober 2017 moeten kandidaat-bestuurders minstens 9 maanden oefenen vooraleer ze worden toegelaten tot het praktische rijexamen. Daarvoor was dat, zowel in het 'traject met rijschool' als in het 'traject met vrije begeleiding', slechts 3 maanden. Volgens de regering te kort om alle vaardigheden goed onder de knie te krijgen.

Nieuw is ook dat wie als begeleider wil aantreden in het vrije traject, eerst 3 uur opleiding moet volgen in een erkende rijschool (ook buiten een erkende rijschool kan, mits specifieke toelating). Tijdens de opleiding krijgt hij uitleg over 'het logboek - Rijbewijzer', de leerdoelen van de rijopleiding en de vereiste vaardigheden van bestuurders, zijn rol als begeleider, de basisbeginselen van verkeersveilig anticiperend rijgedrag, de wegcode en praktische tips. Na de opleiding wordt een begeleidersattest uitgereikt dat 10 jaar geldig is. Dit attest geldt als bewijs van de gevolgde vorming en stelt het gemeentebestuur in staat om bij de aflevering van het voorlopige rijbewijs na te gaan of er aan de opgelegde voorwaarden werd voldaan.

Uitreiking voorlopig rijbewijs

Het besluit voert dus nieuwe voorwaarden aan voor de uitreiking van het voorlopig rijbewijs: de kandidaat moet aantonen dat zijn begeleider over een attest beschikt en dat zijn voorlopig rijbewijs of getuigschrift van praktisch onderricht minstens 9 maanden oud is. Als er niet aan wordt voldaan, mag het gemeentebestuur geen voorlopig rijbewijs uitreiken.

En daar wringt het schoentje volgens de Raad van State. Want de uitreiking van (voorlopige) rijbewijzen is een federale bevoegdheid, geen gewestelijke. Het besluit raakt dus aan de federale bevoegdheid inzake de uitreiking van voorlopige rijbewijzen en rijbewijzen (artikel 6, § 1, XII, 6°, en § 4, eerste lid, 3°, BWHI en artikel 23 van de Wegverkeerswet), aan het beginsel van de federale loyauteit (artikel 143, § 1 van de Grondwet) en het evenredigheidsbeginsel.

De Raad heeft het besluit daarom vernietigd.

Keuzevrijheid

Maar volgens de Raad druist het besluit ook nog in tegen het vrije keuzerecht zoals gewaarborgd in artikel 6, § 1, XII, 6°, BWHI. Op basis van dat keuzerecht mag een inwoner van het Vlaamse Gewest een rijopleiding volgen in een rijschool in een ander gewest, ongeacht zijn verblijfplaats, en mag diezelfde inwoner zijn examen afleggen in een examencentrum in een ander gewest. Wanneer die inwoner zijn rijopleiding heeft gevolgd in een ander gewest en zijn praktisch rijexamen heeft afgelegd in een ander gewest volgens de voorwaarden die in dat gewest gelden, kunnen aan die inwoner geen andere verplichtingen meer worden opgelegd voor de uitreiking van zijn rijbewijs.

Zo zal bijvoorbeeld een inwoner van het Vlaamse Gewest die zijn voorlopig rijbewijs heeft behaald en voldoet aan de voorwaarden om het praktisch examen te mogen afleggen in het Waalse Gewest, volgens de huidige regelgeving al na 3 maanden (zie artikel 8 van het KB rijbewijs B zoals van toepassing in het Waalse Gewest) - in plaats van pas na 9 maanden (zie artikel 8, tweede lid, van het koninklijk besluit rijbewijs B zoals van toepassing in het Vlaamse Gewest) - het praktisch rijexamen mogen afleggen in een examencentrum in het Waalse Gewest.

In de mate dat het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juni 2017 de verplichte vorming voor begeleiders en de verlenging van de minimumduur van de rijopleiding ook oplegt aan een inwoner van het Vlaamse Gewest die gebruik wenst te maken van het vrije keuzerecht, schendt dit besluit artikel 6, § 1, XII, 6°, BWHI.

Gevolgen niet gehandhaafd

Het arrest van de Raad van State dateert van 12 maart 2020 en was meteen van toepassing. Met grote impact voor de rijscholen, de examencentra, begeleiders en kandidaat-bestuurders. De Raad van State heeft de gevolgen van de regeling die ingevoerd is door de Vlaamse regering niet gehandhaafd. Zo is het vormingsmoment voor de begeleiders sinds het arrest dus niet meer verplicht en bedraagt de minimumduur voor het doorlopen van de rijopleiding opnieuw 3 maanden.

24.08.2020

Aansprakelijkheid voor een ongeval Read more

03.08.2020

Vrijstelling van BIV voor elektrische voertuigen en nieuwe nummerplaten Read more

23.07.2020

Vlaamse vrijstelling sociale zekerheidsbijdragen koopvaardij vanaf juli uitgebreid naar kraanschepen, steenstorters, onderzoeksschepen en schepen voor bouwactiviteiten Read more

10.07.2020

COVID-19 is beroepsziekte in cruciale sectoren en essentiŽle diensten Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]