Vlaams decreet zorgt voor uitstel verkeersbelasting en opcentiemen op OV, en voor correctere bepaling erfbelasting

Vlaamse ondernemingen krijgen uitstel van betaling voor de jaarlijkse verkeersbelasting en de belasting op de inverkeerstelling. En steden en gemeenten krijgen meer tijd om hun opcentiemen op de onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 2020 door te geven.

De nieuwe regels hiervoor staan in het “decreet van 17 april 2020 tot tijdelijke afwijking van de Vlaamse Codex Fiscaliteit als gevolg van de coronacrisis”, dat bovendien zorgt voor een correctere bepaling van de erfbelasting.

De Vlaamse overheid wil hiermee de gevolgen van de coronacrisis milderen voor burgers en bedrijven. En ze wil de steden en gemeenten de mogelijkheid bieden om hun opcentiemen op de onroerende voorheffing (OV) voor het aanslagjaar 2020 nog aan te passen.

Verkeersbelasting en BIV

Het decreet van 17 april 2020 verlengt de betaaltermijn voor de jaarlijkse verkeersbelasting en de belasting op de inverkeerstelling (BIV) voor ondernemingen van twee tot zes maanden vanaf de verzendingsdatum die op het aanslagbiljet staat.

De betaaltermijn wordt verlengd voor de aanslagbiljetten voor de jaarlijkse verkeersbelasting en de BIV die vanaf 20 maart 2020 tot en met 30 september 2020 aan rechtspersonen worden gestuurd. De datum wordt afgestemd op de datum waarop de Vlaamse Regering, in navolging van het “ decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid”, de civiele noodsituatie heeft uitgeroepen.

Voor aanslagbiljetten waarvan de betalingstermijn op 20 maart 2020 nog niet was verstreken, kan de belastingplichtige gebruikmaken van de betalingsfaciliteiten die zijn opgenomen in de VCF.

Erfbelasting

Het decreet van 17 april 2020 zorgt voor een correctere bepaling van de erfbelasting.

Financiële instrumenten waarvoor verhandeling is toegestaan op Belgische of buitenlandse gereglementeerde markten, en buitenlandse multilaterale handelsfaciliteiten, kunnen momenteel in de aangifte van de nalatenschap gewaardeerd worden volgens hun beurswaarde op drie momenten: de datum van het overlijden, de datum van één maand na het overlijden of de datum van twee maanden na het overlijden.

De aangevers moeten hun keuze uitdrukkelijk vermelden in de aangifte.

Maar door de coronacrisis is de beurswaarde van de financiële instrumenten sterk gedaald.

Het nieuwe decreet voorziet nu in een vierde waarderingsmoment, dat nog binnen de gewone aangiftetermijn plaatsvindt.

Aangevers van een overlijden kunnen nu, naast de data vermeld in artikel 2.7.3.3.2, tweede lid van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF), ook kiezen uit de beurswaarde op de datum van drie maanden na het overlijden, voor zover dat overlijden is vastgesteld:

van 13 november 2019 tot en met 30 september 2020, als het overlijden heeft plaatsgehad in het Rijk;

van 13 oktober 2019 tot en met 30 september 2020, als het overlijden heeft plaatsgehad in een land dat tot de EER behoort;

van 13 september 2019 tot en met 30 september 2020, als het overlijden heeft plaatsgehad buiten de EER.

Sinds de uitbraak van de coronacrisis neemt het negatief effect op de beurzen alleen maar toe. Daarom is er ook een soort van overgangsmaatregel vastgesteld, waarbij de extra keuze ook mogelijk is voor aangiftes waarvan de initiële aangiftetermijn op 13 maart 2020 nog niet verstreken was.

Die nieuwe termijn geldt voor aangiftes waarvoor de initiële aangiftetermijn verstrijkt tussen 13 maart 2020 en 21 april 2020, en waarvoor de aangevers al een aangifte hebben ingediend. Als die aangevers alsnog een beroep op deze extra keuze willen doen, dan kunnen ze dat aan de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) doorgeven door een nieuwe aangifte in te dienen binnen de termijnen, vermeld in artikel 3.3.1.0.5, § 2 van de VCF, te rekenen vanaf het verstrijken van de initiële aangiftetermijn.

Opcentiemen op OV

Lokale besturen willen ook hun steentje bijdragen om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Ze willen dat doen door hun opcentiemen op de OV aan te passen.

Vóór 31 januari 2020 moesten de lokale besturen beslissen over dat tarief.

Het decreet van 17 april 2020 biedt hen nu de mogelijkheid om in een nieuw besluit nieuwe opcentiemen op de OV voor het aanslagjaar 2020 vast te stellen ter vervanging van de eerder vastgestelde en meegedeelde opcentiemen voor dat aanslagjaar.

De lokale besturen moeten dat nieuwe besluit uiterlijk op 20 mei 2020 hebben genomen en uiterlijk op 31 mei 2020 aan Vlabel bezorgen.

Om de voorschotten te kunnen berekenen, sturen de lokale besturen een raming mee van de ontvangsten die ze verwachten als ze het nieuwe tarief toepassen.

Een aanpassing van het meerjarenplan is in die aangepaste procedure niet vereist.

Voor alle gemeenten blijft de huidige voorschottenregeling dus gelden en zal de Vlaamse overheid de latere inning voorfinancieren.

Voor een lokaal bestuur dat beslist om zijn opcentiemen aan te passen, volstaat het om het besluit uiterlijk op 31 mei 2020 te publiceren in het Loket voor Lokale Besturen. Vlabel kan dan de nodige gegevens uit dat loket halen om de opcentiemen correct te kunnen toepassen.

In werking

Het decreet van 17 april 2020 treedt in werking op 21 april 2020.

24.08.2020

Aansprakelijkheid voor een ongeval Read more

03.08.2020

Vrijstelling van BIV voor elektrische voertuigen en nieuwe nummerplaten Read more

23.07.2020

Vlaamse vrijstelling sociale zekerheidsbijdragen koopvaardij vanaf juli uitgebreid naar kraanschepen, steenstorters, onderzoeksschepen en schepen voor bouwactiviteiten Read more

10.07.2020

COVID-19 is beroepsziekte in cruciale sectoren en essentiŽle diensten Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]