Wanneer heeft trucker of buschauffeur geen bewijs van vakbekwaamheid nodig?

Op 11 mei 2020 publiceerde de federale regering een koninklijk besluit van 30 april 2020, dat nieuwe vrijstellingen invoerde op de verplichte vakbekwaamheid voor de beroepschauffeur. De federale regering zette zo de Europese richtlijn 2018/645 om in nationaal recht. Op 12 augustus 2020 doet de Vlaamse regering dat nog eens over met een eigen omzettingsbesluit. De Vlaamse regering gelooft immers dat de gewesten bevoegd zijn voor de vakbekwaamheid van de chauffeurs, en niet de federale regering. De Raad van State lijkt dat standpunt te volgen. Er bestaan nu dus 2 regimes naast mekaar. In háár uitvoeringsbesluit moderniseert de Vlaamse regering ook nog de nascholing van de chauffeurs, voert ze een nieuw model van ‘kwalificatieattest bestuurder’ in, en regelt ze het uitreiken van dat attest aan derdelanders die voor een Vlaams bedrijf werken.

Bewijs van vakbekwaamheid

Zowel de federale regering als de Vlaamse regering zijn het erover eens dat de professionele bestuurder van een voertuig waarvoor een rijbewijs C of D nodig is, een bewijs van vakbekwaamheid nodig heeft en dat hij aan die verplichting voldoet als hij één van de volgende documenten kan voorleggen:

een rijbewijs

een bestuurdersattest, of

een kwalificatiekaart bestuurder.

Het bewuste document moet afgeleverd worden door een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte of door Zwitserland. En op het document staat de 'Uniecode 95' of 'Code 95' (tot nu: 'Communautaire code 95'). Dat laatste is niet nodig voor bestuurdersattesten die vóór 23 mei 2020 werden afgeleverd.

Bestuurders die personenvervoer over de weg verrichten, kunnen hun vakbekwaamheid niet meer aantonen met een nationaal certificaat. Vlaanderen schrapt alle verwijzingen naar die nationale certificaten.

Vrijstelling van bewijs van vakbekwaamheid

Beide regeringen voegen nieuwe vrijstellingen toe. Maar die zijn niet altijd identiek. Zo is er geen bewijs van vakbekwaamheid nodig voor bepaalde voertuigen zonder passagiers die bestuurd worden door onderhoudspersoneel van en naar een nabijgelegen onderhoudscentrum. Op voorwaarde dat rijden met dat voertuig 'niet de voornaamste activiteit is' van de bestuurder. Die voorwaarde komt ook in andere vrijstellingen terug. Maar de Vlaamse regering preciseert wannéér het rijden met een voertuig moet beschouwd worden als de voornaamste activiteit van een persoon. Dat is: wanneer dat rijden '30% of meer van de maandelijkse werktijd beslaat'. De Vlaamse regering vindt dat de politie met een duidelijk percentage beter kan controleren.

Beide regeringen nemen ook de Europese vrijstelling voor landbouw-, tuinbouw-, bosbouw-, veeteelt- en visserijvoertuigen over. Maar bij de federale regering geldt die vrijstelling in een straal van 100 km rond het bedrijf, bij de Vlaamse regering in een straal van 5 km.

Kwalificatiekaart bestuurder

Vlaanderen regelt bovendien de toekenning van de 'kwalificatiekaart bestuurders' aan derdelanders die in België een getuigschrift van basiskwalificatie behaalden, maar die geen Belgisch rijbewijs kunnen krijgen, en die ofwel in dienst zijn van een onderneming die in het Vlaamse gewest gevestigd is, ofwel werken bij zo'n onderneming, ofwel een werkvergunning hebben gekregen die werd afgeleverd door het Vlaamse gewest. De Vlaamse regering voegt een model van kwalificatiekaart toe en bepaalt dat de bestuurders het model online moeten aanvragen bij het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

De federale regering gaat ervan uit dat de kwalificatiekaart bij de FOD Mobiliteit aangevraagd wordt.

De kwalificatiekaarten die vóór de inwerkingtreding van het Vlaamse besluit werden uitgereikt, blijven wel geldig tot hun vervaldatum.

De 'kwalificatiekaart bestuurder' kost 20 euro. Dat bedrag kán (federaal) of móet (Vlaams) elk jaar geïndexeerd worden, op basis van verschillende indexcijfers.

Nascholing

Een bestuurder die zijn job wil behouden, moet geregeld bijscholing volgen - hier 'nascholing' genoemd. De nascholing wordt aan Vlaamse kant gegeven in modules van ten minste 7 uur, die over 2 dagen gespreid kunnen worden. De nascholing kan voor een deel gegeven worden met hoogwaardige simulatoren of online. Elke bestuurder volgt tijdens de nascholing een module die betrekking heeft op defensief of zuinig rijden, én op verkeersveiligheid. Een bestuurder mag tijdens de 5 jaar vóór de verlenging van zijn bewijs van vakbekwaamheid niet 2 keer dezelfde module gevolgd hebben. Als de bestuurder van werkgever verandert, neemt hij de nascholing die hij volgde in de 5 jaar vóór de verlenging, mee. De Vlaamse regering sleutelt in beperkte mate aan de inhoud van de opleidingen. En zij somt enkele andere opleidingen op die meetellen als nascholing. Bv.: de ADR-opleidingen. Voor sommige van die opleidingen worden extra kredietpunten toegekend.

Vanaf wanneer?

Het federale KB trad in werking op 1 mei 2020.

Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters mag bepalen wanneer het Vlaamse regeringsbesluit in werking zal treden.

De Vlaamse regering is in elk geval van plan om bij de Raad van State een vernietigingsprocedure te starten tegen het federale KB.

30.09.2020

Wetsvoorstel: verzekeraars mogen geen informatie verzameld door gezondheidstrackers gebruiken Read more

21.09.2020

Groene kaart vanaf nu elektronisch beschikbaar? Read more

14.09.2020

Maximale rentevoet voor levensverzekeringen van lange duur blijft 2% Read more

07.09.2020

COVID-19: vervallen voorlopige rijbewijzen geldig tot en met 31 december Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]