EU (soms) strenger voor rij- en rusttijden in wegvervoer

De Europese Unie heeft een nieuw maatregelenpakket voor het wegvervoer afgekondigd. In dat pakket zitten strengere regels voor de rij- en rusttijden van de bestuurders, de tachografen, de toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer, de detachering van werknemer, en de elektronische uitwisseling van informatie.

Hier belichten we enkele topics uit verordening 2020/1054. Die scherpt de rij-en rusttijden uit verordening 561/2006 meestal - maar niet altijd - aan.

Ook voor bestelwagens

De voorschriften op de rijtijden, onderbrekingen en rusttijden van bestuurders zijn over enkele jaren ook van toepassing op lichtere bedrijfsvoertuigen. Momenteel gelden die voorschriften alleen bij goederenvervoer over de weg met voertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 3,5 ton (aanhangwagens en opleggers inbegrepen). Maar Europa verlaagt die grens vanaf 1 juli 2026 naar plus 2,5 ton in internationaal vervoer en bij cabotage.

De bestaande uitzondering op de rij- en rusttijden voor het niet-commerciële vervoer wordt verfijnd. En er komt een nieuwe uitzondering bij voor het vervoer binnen een straal van 100 km.

Meerdere chauffeurs

Na een rijperiode van 4,5 uur moet de bestuurder een aaneengesloten onderbreking van ten minste 45 minuten nemen (of schakelt hij over op rusttijd). Als de bestuurder deel uitmaakt van een meerkoppige bemanning, mag hij die onderbreking nemen in een voertuig dat door een andere bestuurder wordt bestuurd, preciseert de verordening, maar alleen als de bestuurder in onderbreking de nieuwe bestuurder niet helpt.

Compensatie voor verkorte rusttijd

Elke reductie van de wekelijkse rusttijd moet gecompenseerd worden door een evenwaardige periode van rust, die vóór het einde van de derde week na de betrokken week 'en bloc' moet worden genomen, aldus verordening 2020/1054.

Maar voor het internationaal goederenvervoer en voor deeltrajecten per veerboot of trein gelden er aparte regimes.

Niet in de cabine

In uitvoering van een arrest van het Europees Hof van Justitie (Vaditrans bvba/Belgisch Staat) bevestigt verordening 2020/1054 dat de normale wekelijkse rusttijden en de wekelijkse rusttijden van meer dan 45 uur ter compensatie van verkorte wekelijkse rusttijden, niet in het voertuig mogen worden genomen. Dat gebeurt bij voorkeur thuis en als dat niet kan, moet de werkgever zorgen voor een passend gendervriendelijk verblijf met geschikte slaapfaciliteiten en sanitaire voorzieningen. Op zijn kosten.

Dat betekent ook dat genoeg goed uitgeruste en veilige parkings nodig zijn. De Commissie krijgt de opdracht om daarvoor een Europees certificeringssysteem uit te werken en om de informatie over de beschikbare rustfaciliteiten samen te brengen op één gebruiksvriendelijke website.

Regelmatig naar huis

De vervoerbedrijven moeten hun vervoerkalender zo organiseren dat de bestuurders op regelmatige tijdstippen naar huis kunnen - en dat is minstens om de 4 weken. De onderneming moet bij een controle kunnen aantonen dat zij die verplichting vervult.

Geen premierijden

Een vervoeronderneming mag haar bestuurders niet betalen en mag ook geen premies of loontoeslagen toekennen volgens de afgelegde afstand, de leveringssnelheid of de hoeveelheid vervoerde goederen als dergelijke betalingen de verkeersveiligheid in gevaar brengen of inbreuken aanmoedigen.

Minder rust op het einde van de werkweek

Maar tegen de strenge huidige regels in, mag een bestuurder die internationaal goederenvervoer verricht, buiten de lidstaat van vestiging in het vervolg 2 opeenvolgende verkorte wekelijkse rusttijden nemen.

Hij moet dan binnen een periode van 4 opeenvolgende weken, minstens 4 wekelijkse rusttijden nemen, waaronder ten minste 2 normale. De rusttijden worden dus verdeeld over een langere periode van 4 weken (in plaats van de huidige 2 weken).

Uitzondering voor uitzonderlijke omstandigheden

Als de verkeersveiligheid niet in gevaar komt, mag een bestuurder vanaf nu - in uitzonderlijke omstandigheden - de dagelijkse of wekelijkse rijtijd met 1 of 2 uur overschrijden om de exploitatievestiging of zijn woonplaats te kunnen bereiken en daar zijn wekelijkse rusttijd op te nemen.

De bestuurder moet de reden van de uitzonderlijke omstandigheden wel noteren op zijn registratieblad, op een afdruk van zijn controleapparaat of in zijn dienstrooster.

De verordening zegt niet wat uitzonderlijke omstandigheden zijn. Volgens de toelichting zijn dat: 'situaties die zich plots voordoen, en noch te vermijden, noch te voorzien zijn, waarin het voor een korte tijd onverwachts onmogelijk wordt de bepalingen van deze verordening onverkort toe te passen'.

Betere handhaving

De verordening dringt tot slot aan op een betere handhaving. Om de cowboybedrijven met atypische dienstverbanden en brievenbusmaatschappijen eruit te kunnen halen, is meer samenwerking nodig tussen de lidstaten en moeten de controleurs meer middelen krijgen om in real-time te kunnen nagaan of de rij- en rusttijden werden nageleefd op de dag van de controle en tijdens de 56 dagen die daaraan vooraf gingen. Meer daarover in de nieuwe richtlijn 2020/1057.

Bus of autocar?

De Commisie zal tegen 21 augustus 2022 bekijken of er ook strengere regels moeten komen voor bestuurders die personenvervoer verrichten (niet: lijndiensten).

Vanaf 20 augustus

Verordening 2020/1054 is - op enkele uitzonderingen na - onmiddellijk van toepassing. Dat is al vanaf 20 augustus 2020.

30.09.2020

Wetsvoorstel: verzekeraars mogen geen informatie verzameld door gezondheidstrackers gebruiken Read more

21.09.2020

Groene kaart vanaf nu elektronisch beschikbaar? Read more

14.09.2020

Maximale rentevoet voor levensverzekeringen van lange duur blijft 2% Read more

07.09.2020

COVID-19: vervallen voorlopige rijbewijzen geldig tot en met 31 december Read more

NEWSLETTER
website by Kluwer EasyWeb

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]